Doordenken

Oorzaak of gevolg?

Ronald de Leij is publicist. Hij was in het verleden onder meer directeur van Akzo Nobel Nederland, VNO-NCW en DECP, en strategisch adviseur van AWVN

De loonontwikkeling blijft in Nederland achter bij de economische groei. Op de korte termijn is dat geen nieuws. De loongroei reageert steevast vertraagd op de economische groei. Logisch. Lonen worden – ondanks de retrospectieve argumentatie – zelden met terugwerkende kracht verhoogd. Van een korte termijn is echter geen sprake meer. Het achterblijven neemt een zodanig structurele vorm aan dat zelfs de premier er zijn zorg over heeft uitgesproken (om er in één adem aan toe te voegen dat hij hier niet over gaat). Dat eerste doet hij in goed gezelschap van het IMF en de OECD. Het CPB meent nu volgens een recente studie (‘Vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld’) de oorzaak te hebben gevonden: een achterblijvende ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit.

Arbeidsproductiviteit is een lastig begrip. Journalisten ‘vertalen’ het bij voorkeur als ‘hard werken’, maar daar heeft het hoegenaamd niets mee te maken. Wie met veel inspanning een gat graaft en het vervolgens weer dichtgooit, heeft hard gewerkt maar niets (van waarde) geproduceerd. Arbeidsproductiviteit meet de toegevoegde waarde per eenheid arbeid en die eenheid is tijd – niet joule. Wil de arbeidsproductiviteit stijgen, dan moeten we meer waarde per eenheid tijd produceren. Wil het bruto binnenlands product stijgen – we spreken dan van economische groei – dan moeten we meer eenheden tijd werken en/of per eenheid tijd meer waarde produceren.

Liever dan de onzin weg te snijden, zetten we er een mannetje (m/v) bij

Als de economie uitbundig groeit en de arbeidsproductiviteit maar matig stijgt, dan is moeilijk anders te concluderen dan dat (dus) het aantal eenheden tijd flink toeneemt. En dat zien we in een daling van de werkloosheid. Maar hoe komt het dat het aantal eenheden tijd zo toeneemt? Daarvoor gaf de (destijds) Delftse hoogleraar Alfred Kleinknecht in 1994 een meer dan plausibele verklaring: arbeid is in Nederland te goedkoop. Nog sneller dan de honden van Pavlov gingen kwijlen bij het horen van een belletje dat voedsel aankondigde, werd hij toen namens werkgevers tegengesproken. De lonen waren juist hoog en het verhogen van de lonen zou in economische zin levensgevaarlijk zijn.

Nederland was inderdaad al lang geen lagelonenland meer, maar dát is niet wat Kleinknecht stelde. De lonen waren niet per se laag, maar wel té laag. Ze waren vooral te laag om werkgevers tot ‘slimmer werken’ aan te sporen. Een mannetje (m/v) meer of minder was al jaren zoveel gemakkelijker dan goed nadenken over hoe en waarvoor we werknemers inzetten. Immers, de in beton gegoten platitude dat je in Nederland niet van werknemers af kunt, wordt al decennialang gelogenstraft door de vele honderdduizenden die in alle takken van sport en ondanks hun zogenaamd vaste contract op straat zijn gezet.

Denkt u dat de overmaat aan ‘beheers- en indekbureaucratie’ die in zoveel sectoren werknemers van hun werklust berooft en arbeidstijd vreet, enige waarde toevoegt? Integendeel, en doordat het de motivatie aantast, vermindert het ook nog eens de waarde die in de resterende tijd wordt geproduceerd. Maar eerder nog zetten we er vanwege de onzinwerkdruk een vrouwtje (m/v) bij dan de onzin weg te snijden en werknemers, bevrijd van de ballast, gemotiveerd hun échte werk te laten doen. Daarom, best CPB: de lonen groeien niet door een te lage groei van de arbeidsproductiviteit. Het is – al weer of nog steeds – juist andersom.
Een conclusie die naar aard en inhoud uitstekend past bij mijn besluit om na twaalf jaar en 67 columns op eigen initiatief afscheid te nemen als columnist van Werkgeven. Het ga u allen goed.

Geplaatst op 12 december 2018