Cao-seizoen? Loopt best goed…

Kalmer dan het lijkt

De dagelijkse mediaberichten over vakbondsacties en stakingen doen anders vermoeden, maar uit de cijfers over het cao-jaar 2018 blijkt dat het tot dusver redelijk gesmeerd loopt. Het aantal nieuwe cao’s ontwikkelt zich in een normaal tempo en ook het aantal loonafspraken loopt ondanks een kleine hapering in de zomer gestaag op. Arbeidsonrust concentreert zich vooral bij de overheid en gesubsidieerde sectoren. In de ‘markt’ lijkt alleen de metaalsector vooralsnog echt problemen te kunnen ondervinden van de actiestrategie van de vakbond(en).

Tekst
Laurens Harteveld

De gemiddelde loonstijging afgesproken in 2018 is op het moment van schrijven (eind september) 2,3 procent op twaalfmaandsbasis.

De loonontwikkeling per sector weerspiegelt in grote lijnen de economische positie van de sectoren op dit ogenblik, gecombineerd met de situatie op de arbeidsmarkt. In sectoren waar herstructurering plaatsvindt, blijft de loonontwikkeling achter. Voorbeelden zijn de detailhandel en de bankensector, waar technologische ontwikkeling dwingt tot aanpassing. Denk ook aan de zakelijke dienstverlening, waar nog steeds sprake lijkt van overaanbod. In sectoren waar de arbeidsmarktkrapte het sterkst voelbaar is, gaan de lonen het meest omhoog. Dat is bijvoorbeeld het geval in de bouw en de verschillende industrieën. Bij de overheid lijkt daarentegen eerder sprake van een ‘inhaalslag’ na een aantal nuljaren.
De meest actuele cao-cijfers vindt u op de speciale AWVN-website ‘Cao-kijker’.

In het cao-jaar 2018 lopen zo’n 400 cao’s af. Hoe gaat het met het vernieuwen van die cao’s? Best goed, zo blijkt uit de cijfers van AWVN. Een overzicht.
Tot eind september zijn ongeveer 220 nieuwe contracten uitonderhandeld. Dat is procentueel (55 procent) gelijk aan de score van andere jaren. In het voorjaar en de vroege zomer en laat in het najaar worden de meeste nieuwe akkoorden gesloten – de zomer is ook cao-vakantie.
Onder alle dit jaar afgelopen of aflopende cao’s vallen 2,7 miljoen werknemers. Het merendeel van hen heeft inmiddels een nieuwe cao (2,1 miljoen). De nadruk in de onderhandelingen ligt op loonafspraken. Gemiddeld komen onderhandelaars tot dusver uit op een verhoging van 2,3 procent. In het resterende deel van 2018 lijkt dat gemiddelde iets verder op te lopen.
In de openbare discussie beoordelen vakbonden en economen de loon afspraken als ‘te laag’. AWVN wijst er echter voortdurend op dat trends in loonafspraken altijd volgen lang nadat nieuwe berichten over de staat van de economie zijn binnengekomen. Zo bleven de lonen in veel sectoren nog stijgen tot in 2010, terwijl de economie al kromp. Ook beïnvloeden onzekerheden in de internationale politiek (Brexit, handelsconflicten) het onderhandelingsklimaat, evenals de invloed van loonafspraken op de loonkosten (loonkosten stijgen veel sneller dan nettolonen) en de achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit.
Verder verschijnt het woord ‘werkdruk’ opvallend vaak in berichten over arbeidsvoorwaarden, vooral in relatie tot arbeidsconflicten (zie kader hieronder).

Acties
De afgelopen 25 jaar gingen volgens het CBS jaarlijks gemiddeld in Nederland 90.000 arbeidsdagen verloren door stakingen. Met ruim 300.000 verloren dagen lag 2017 duidelijk boven het gemiddelde. De verwachting is gerechtvaardigd dat de stakingsorganisatoren ook dit jaar fors boven het gemiddelde zullen scoren. De vakbonden, met name de FNV, voeren een actiestrategie. In sectoren en bedrijven waar veel werkenden vakbondslid zijn, proberen ze stakingen en andersoortige acties te organiseren om de cao-eisen kracht bij te zetten.
Maar betekent dat ook dat er veel wordt gestaakt? AWVN telde in 2018 tot dusver 25 arbeidsconflicten. Het leeuwendeel ervan speelde zich af in overheidssectoren (bijvoorbeeld rijksambtenaren en politie) of direct van de overheid afhankelijke sectoren (onderwijs, streekvervoer en zorg). Daar vonden ook de meest grootschalige acties plaats, zoals de stakingen in het streekvervoer en onderwijs en werkonderbrekingen bij de rijksambtenaren en politie. In de marktsector concentreren de vakbonden zich op bedrijven rond Schiphol. De metaalsector (metalektro) lijkt het grootste probleem te hebben met een (op het moment van schrijven; eind september) nog lopend conflict met estafettestakingen.
Overigens is het de laatste weken opvallend rustig als het gaat om nieuwe cao-akkoorden. Veel cao-partijen lijken het resultaat van het cao-overleg in de metalektro af te wachten. De FNV probeert de losse conflicten op één grote hoop te gooien, waarschijnlijk in een poging om zo sterk mogelijk over te komen in de media.
Op 2 oktober organiseerde FNV Publieke Sector een protest in Den Haag, op 7 oktober een mars voor zekerheid plaats in Rotterdam en op 17 oktober presenteert de FNV haar eisen richting politiek en werkgevers.

AWVN- en CBS-cijfers
Om cao-loonafspraken met elkaar te kunnen vergelijken, heeft AWVN een eigen rekeneenheid ontwikkeld: de cao-loonstijging op twaalfmaandsbasis. Het komt erop neer dat iedere cao-loonafspraak wordt teruggebracht tot een percentage dat geldt voor de 12 maanden die volgen op het moment dat de afspraak is gemaakt.
Voorbeeld: voor een bepaalde cao is een loonafspraak gemaakt van 3 procent met een looptijd van anderhalf jaar. De stijging op twaalfmaandsbasis is dan 3 procent / 18 x 12 = 2 procent. De komende 12 maanden krijgen de betreffende werknemers 2 procent meer loon dan voorheen. Het AWVN-cijfer verschilt wezenlijk van het looncijfer dat het CBS gebruikt: AWVN kijkt vooruit, het CBS kijkt terug. Het AWVN-cijfer wordt daardoor in feite 12 maanden later door het CBS getoetst. Overigens valt die toetsing in de praktijk goed uit. Het terugkijkende CBS-cijfer blijkt vrijwel altijd overeen te komen met het voorspellende cijfer dat AWVN een jaar eerder publiceerde.

Afspraken over werkdruk

Werkdruk

Opvallend in 2018 is het aantal cao’s dat afspraken bevat over de aanpak van toenemende of toegenomen werkdruk – overigens nadat de grote sprong op dit gebied al in 2017 was gemaakt. Bij een deel van de arbeidsconflicten speelt het begrip werkdruk een rol, bijvoorbeeld in het onderwijs en het streekvervoer.
Werkdruk wordt in voorkomende gevallen door de vakbonden geagendeerd voor het arbeidsvoorwaardenoverleg. Werkgevers kunnen een dergelijk onderwerp redelijkerwijs niet wegwuiven. Toch vindt AWVN dat het thema eigenlijk niet op de onderhandelingstafel thuishoort. Werkdruk en werkverdeling zijn vraagstukken voor de werkvloer, voor het gesprek tussen medewerker en leidinggevende en het gesprek tussen collega’s. En als dat onvoldoende oplevert, kan de medezeggenschap in veel gevallen de problemen helpen oplossen.
Dat de cao niet zo’n geschikte plek is voor dit vraagstuk, blijkt ook uit de afspraken die worden gemaakt. Die bieden namelijk vaak pas op lange termijn een oplossing (‘meer personeel aantrekken’), terwijl de problematiek vaak acuut is.
En dan zijn er nog de oorzaken van de hogere ervaren werkdruk. De vakbonden zeggen: het komt door de hoeveelheid werk. Onder meer door de sterke economie stapelt het werk zich op. Dat is ongetwijfeld in veel gevallen waar, maar AWVN voegt er een andere verklaring aan toe: bovenmatig gebruik van media, in het bijzonder de ‘smartphone’, zorgt ervoor dat iedereen de hele dag – ook in z’n vrije tijd – bezig is. Er verschijnen steeds meer berichten over de nadelige ‘bijwerkingen’ van technologische vernieuwingen. Niet voldoende uitgerust op het werk verschijnen, is misschien wel zo’n bijwerking.

Laurens Harteveld
is als beleidsadviseur werkzaam bij AWVN

Geplaatst op 3 oktober 2018