Vraag ’t de AWVN-werkgeverslijn

Ouderschapsverlof

De AWVN-werkgeverslijn is de helpdesk voor leden van AWVN. Dagelijks komen er uiteenlopende vragen binnen. Voor deze editie van Werkgeven hebben de medewerkers van de AWVN-werkgeverslijn een aantal belangrijke vragen op een rij gezet over ouderschapsverlof.

Tekst
Milou Meijdam

Wie heeft recht op ouderschapsverlof?

Een werknemer die vader of moeder is van een kind jonger dan acht jaar, heeft wettelijk recht op onbetaald ouderschapsverlof. Dat kan een eigen kind zijn, maar ook een adoptiekind of een door de werknemer erkend kind. Ook een werknemer die duurzaam de verzorging en opvoeding op zich heeft genomen van een kind dat op hetzelfde adres woont (denk bijvoorbeeld aan een stiefkind), komt in aanmerking voor ouderschapsverlof. Hetzelfde geldt voor een gescheiden ouder die niet op hetzelfde adres woont als zijn of haar kind. Als beide ouders werknemer zijn, kunnen zij ieder één keer ouderschaps-verlof opnemen, voor elk kind.

Hoe lang duurt het?

Het ouderschapsverlof bedraagt, per kind, 26 maal de arbeidsduur per week. Een werknemer met een overeengekomen arbeidsduur van bijvoorbeeld 32 uur heeft dus recht op 26 x 32 uur verlof. De wijze van opname (spreiding van de verlofuren) is niet wettelijk voorgeschreven. In sommige cao’s en arbeidsvoorwaardenregelingen is iets anders afgesproken over de duur van het ouderschapsverlof – en soms ook over (gedeeltelijke) doorbetaling – maar het is niet toegestaan om afwijkende afspraken te maken in het nadeel van de werknemer.

Mag ik een verzoek weigeren?

Nee. Uitgangspunt is dat u een verzoek om ouderschapsverlof niet mag weigeren als aan alle voorwaarden is voldaan. De werknemer moet het verzoek uiterlijk twee maanden voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk doen bij de werkgever. De eis dat een werknemer pas recht op ouderschapsverlof heeft als die één jaar in dienst is, is op 1 januari 2015 vervallen. U kunt wel de door de werknemer gewenste invulling van het ouderschapsverlof wijzigen, als er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Dit kan alleen in overleg met de werknemer, en u moet het zwaarwegende belang aantonen.

Wat als de werknemer het verlof wil uitstellen?

Na uitstel van het verlof houdt de werknemer recht op het restant aan ouderschapsverlof. Uitgangspunt is dat de werknemer gebonden is aan de gemaakte afspraken. Maar er kunnen zich  omstandigheden voordoen die aanleiding geven om daarop terug te komen. De werkgever is in beginsel verplicht om op een verzoek tot opschorting in te gaan als de werknemer tijdens het  ouderschapsverlof met zwangerschaps-, bevallings- of adoptieverlof gaat. Als de werknemer een beroep doet op onvoorziene omstandigheden, kunt u uitstel weigeren als er daarvoor zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn.

Gaat een restant mee naar een nieuwe werkgever?

Als een werknemer bij een vorige werkgever niet alle ouderschapsverlofuren heeft opgenomen, dan mag hij of zij het restant opnemen bij de nieuwe werkgever. De werknemer kan dan aan de oude werkgever een verklaring vragen waaruit blijkt hoeveel ouderschaps-verlof er nog over is. De oude werkgever is verplicht zo’n verklaring af te geven.

Vragen over arbeidsrechtelijke kwesties?
Neem contact op met de AWVN-werkgeverslijn. De helpdesk voor AWVN-leden is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 uur tot 17.00 uur: 070 850 86 05. Of mail naar werkgeverslijn@awvn.nl.

Milou Meijdam
is medewerker van de AWVN-werkgeverslijn

Geplaatst op 27 juni 2018