Nieuwe wet om bedrijfsgeheimen te beschermen

Geheimhoudingsbeding wint aan kracht

Veel bedrijven ontlenen hun concurrentiepositie aan hun innovatiekracht, kennis en bedrijfsinformatie. Op dit moment is zulke knowhow echter nagenoeg onbeschermd. Binnenkort gaat dat veranderen dankzij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Deze nieuwe wet regelt dat het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen onrechtmatig is. Een geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst wint hiermee aan kracht.

Tekst
Jop Ringeling

Start-ups, het mkb en bedrijven in dienstensector krijgen steeds vaker te maken met misbruik van bedrijfs-informatie. Dit komt vooral doordat hun innovaties vaak niet voor een octrooi in aanmerking komen. Daarom heeft het Europese Parlement in juni 2016 een nieuwe Europese richtlijn aangenomen die niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie beschermt. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat bedrijven daadkrachtiger en gerichter kunnen optreden tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van bedrijfsgeheimen.
Alle EU-lidstaten hadden tot 9 juni 2018 de tijd om deze richtlijn om te zetten in nationaal recht. In Nederland is dat de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. De Tweede Kamer is op 17 april 2018 akkoord gegaan met het wetsvoorstel. De implementatiedatum heeft Nederland niet gehaald (de Eerste Kamer is nog aan zet), maar de verwachting is dat de wet op korte termijn in werking zal treden.
De Nederlandse wetgeving kende tot nu toe geen specifieke regeling voor de bescherming van bedrijfsgeheimen, maar beschikt wel over instrumentarium daarvoor – via het civiele recht (waaronder het arbeidsrecht) en het strafrecht. In het civiele recht is het mogelijk een beroep te doen op contractuele bescherming (in de vorm van een geheimhoudingsbeding in een arbeidsovereenkomst). Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de onrechtmatige daad, bijvoorbeeld als een werkgever misbruik maakt van bedrijfsgeheimen die een nieuwe werknemer heeft meegenomen van zijn vorige werkgever.

Een bedrijf kan een verbod vorderen om met een (gestolen) bedrijfsgeheim producten te maken of op de markt te brengen

Wat is een bedrijfsgeheim?

Wat beschermt de nieuwe wet precies? Een bedrijfsgeheim is informatie die aan de volgende drie, cumulatieve voorwaarden voldoet:

  • de informatie moet geheim zijn
  • de informatie heeft handelswaarde omdat zij geheim is
  • de houder heeft redelijke maatregelen getroffen om het bedrijfsgeheim ook geheim te houden.

Dit betekent dat alledaagse informatie niet onder de definitie van een bedrijfsgeheim valt, net zo min als de ervaring en vaardigheden die werknemers vergaren tijdens de normale uitoefening van hun functie. Verder heeft een bedrijfsgeheim pas handelswaarde als het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken daarvan schadelijk kan zijn voor de belangen van de persoon die rechtmatig over de informatie beschikt. Bedrijfsgeheimen kunnen betrekking hebben op een breed scala aan informatie, van technologische kennis – zoals fabricagemethoden en recepturen – tot handelsgegevens, zoals informatie over klanten en leveranciers, bedrijfsplannen of marktonderzoek en marktstrategieën.
Tot slot moet de houder van het bedrijfsgeheim redelijke maatregelen hebben genomen om de informatie vertrouwelijk te houden. In de richtlijn staat niet wat niet daaronder precies wordt verstaan. Een aantal contractuele maatregelen ligt voor de hand, zoals geheimhoudingsclausules in handelscontracten en arbeidsovereenkomsten. Maar te denken valt ook aan bewaking van het bedrijfsterrein en installaties of aan digitale beschermingsmaatregelen zoals encryptie, bijvoorbeeld om het kraken van computerbestanden of de e-mail te voorkomen.

Vorderingen

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen regelt dat het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen onrechtmatig is. Let wel: in sommige gevallen kan dat wel rechtmatig zijn, bijvoorbeeld als het bedrijfsgeheim verkregen wordt door middel van onafhankelijke ontdekking of onafhankelijk ontwerp. De wet stelt dus geen exclusieve rechten vast op knowhow of informatie die als bedrijfsgeheim is beschermd. Daarin onderscheidt het bedrijfsgeheim zich van IE-rechten (IE: intellectueel eigendom) zoals het octrooirecht.
De houder van het bedrijfsgeheim kan op grond van de nieuwe wet verschillende vorderingen instellen. Zo kan die niet alleen een verbod op het gebruik van de bedrijfsgeheimen vorderen, maar ook een verbod om met het (gestolen) bedrijfsgeheim producten te maken of op de markt te brengen. Verder maakt de wet het bijvoorbeeld mogelijk om het terugroepen of het vernietigen van al vervaardigde producten te vorderen. Het bedrijf kan ook schadevergoeding eisen. Deze moet passend zijn en strekken tot herstel van de daadwerkelijk geleden schade.
Het maakt daarbij niet uit of de inbreukmaker het bedrijfsgeheim direct of indirect heeft verkregen. Zo zal een fabrikant schadeplichtig zijn die een eindproduct op de markt brengt waarin hij een halffabricaat heeft verwerkt waarvan hij wist of had moeten weten dat het werd vervaardigd met behulp van een onrechtmatig verkregen bedrijfsgeheim.
In de nieuwe wet is verder expliciet overeengekomen dat de rechter een vordering afwijst als het verkrijgen of gebruiken van het bedrijfsgeheim plaatsvindt in het kader van het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting (onderzoeksjournalistiek) of als dat gebeurt om wangedrag, fouten of onrechtmatige activiteiten te onthullen (‘klokkenluiden’).

Als intellectueel eigendom (nog) niet mogelijk of gewenst is, kan de informatie misschien wel worden beschermd als bedrijfsgeheim

Geheimhoudingsbeding

De nieuwe wet verbetert de positie van houders van bedrijfsgeheimen aanzienlijk. Een verbod en schadevergoeding was al mogelijk op grond van Nederlandse rechtspraak, maar de mogelijkheden worden nu uitgebreid en definitief verankerd in een wet.
Uiteraard moet de houder van het bedrijfsgeheim bij de rechter wel bewijzen dat er inderdaad sprake is van een bedrijfsgeheim, dat hij er de rechtmatige houder van is en dat er inbreuk op is gemaakt. Om die reden wint een goed geheimhoudingsbeding in een arbeidsovereenkomst, waarin vastgelegd is dat en welke bedrijfsinformatie geheim dient te blijven, aan kracht. Bij overtreding van de geheimhoudingsplicht betekent dat wettelijk gezien meteen onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen. En dat is een groot verschil met de huidige praktijk, waarin een geheimhoudingsbeding vaak niet afdwingbaar blijkt te zijn.
Tot slot geeft de wet mogelijkheden om het bedrijfsgeheim ook tijdens de gerechtelijke procedure te beschermen. Houders van bedrijfsgeheimen zijn vaak huiverig om een rechtszaak te beginnen over zaken die nu juist geheim moeten blijven. Bedrijven kunnen onder de nieuwe wet tijdens een gerechtelijke procedure verzoeken om bepaalde stukken als vertrouwelijk te behandelen, zodat deze niet terug te vinden zijn in de openbare uitspraak van de rechter.

Jop Ringeling 
is als advocaat verbonden aan AWVN-advocaten

Geplaatst op 27 juni 2018