Kouwe drukte

Column van Harry van de Kraats

Harry van de Kraats is algemeen directeur van werkgeversvereniging AWVN en directeur Sociale Zaken van VNO-NCW

Vorige week kwam dan eindelijk het verlossende woord van dé autoriteit, De Nederlandsche Bank (DNB): de lonen gaan omhoog, werkenden gaan sterker profiteren van de economische groei. Voor de komende jaren voorziet DNB loonstijgingen van 3 procent en meer. De arbeidsinkomensquote (AIQ; grofweg: het aandeel van de lonen in de economie) gaat terug naar het langjarige gemiddelde.

Dat is goed nieuws, voor de werkenden én voor de werkgevers. Ja, ook voor werkgevers, want zij zijn gebaat bij tevreden en koopkrachtige werknemers. Henry Ford wist al dat zijn werknemers namelijk ook klanten zijn.
Het afgelopen jaar is onder economen, politici, werkgevers en vakbonden volop gediscussieerd over loonstijging en aanverwante zaken zoals genoemde AIQ. Die discussie was aangezwengeld door DNB zelf en een andere autoriteit, het Centraal Planbureau. Politici reageerden met oproepen tot hogere loonafspraken. De Tweede Kamer organiseerde een rondetafelgesprek met economen en vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers over de AIQ en de loonontwikkeling. Maar de nieuwste prognose van DNB zet die hele loondiscussie in een ander licht. Het kouwe-druktegehalte blijkt groot te zijn geweest. Politici en wetenschappers krijgen – als DNB gelijk krijgt – precies wat ze wilden, maar zonder dat ze er zelf iets aan hebben gedaan.

Politici krijgen precies wat ze wilden zonder er zelf iets aan te hebben gedaan

Hoe dat kan? Omdat de lonen tot stand komen in gesprekken tussen werkgevers en werknemers – soms op individuele basis en soms collectief, bijvoorbeeld via werkgeversverenigingen en vakbonden. Op dat niveau spelen begrippen als ‘loonontwikkeling’ en ‘AIQ’ helemaal niet. Cao-onderhandelaars kijken naar de toestand van het bedrijf of de bedrijfstak, naar de economische verwachtingen. Op basis daarvan bepalen ze wat wenselijk en mogelijk is – waarbij bijvoorbeeld ook arbeidsmarktkrapte een rol speelt. Zij hebben zich dan ook weinig aangetrokken van genoemde loondiscussie, zo blijkt uit de cijfers die AWVN regelmatig publiceert. Die vertonen eigenlijk een heel normaal trendbeeld: als de economie aantrekt, duurt het enige tijd voordat de loonafspraken omhoog gaan en het duurt nog iets langer voordat de lonen daadwerkelijk stijgen (loonafspraken gaan immers over de toekomst). Als de economie inzakt, duurt het ook enige tijd voordat de loonafspraken een dalende trend vertonen. Lonen en loonafspraken hebben altijd iets meer tijd nodig. Toen Nederland na jaren van uitbundige groei in 2008 in een economische crisis geraakte, kwam er ook niet in één klap een einde aan de loonstijgingen. Zelfs tijdens de economische krimp vanaf eind 2008 bleven de loonafspraken gemiddeld nog lang boven de 2 procent en duurde het tot 2010 voordat 1 procent normaal werd. Let wel: 1 procent loonstijging – nog steeds omhoog, dus.
Mij zijn geen gevallen bekend van een negatieve loonafspraak: een afspraak om de lonen te laten dalen vanwege de slechte economische vooruitzichten. Liever kiezen we er in Nederland voor om via reorganisaties de loonkosten in de hand te houden, dan alle werknemers een stapje terug te laten doen. Loondaling is taboe.

Ik voorzie dat over enige tijd de economisch groei zal terugvallen. Ik voorzie daarnaast – en ook voor deze voorspelling is geen magische kracht nodig – dat de lonen dan nog zullen doorstijgen. Ik voorzie óók dat we dan géén parlementair rondetafelgesprek zullen hebben over de vraag waarom de lonen blijven stijgen terwijl de economie verslechtert.

Tenslotte nog een andere kanttekening bij de nu hopelijk beëindigde loondiscussie. Arbeidsvoorwaarden gaan over veel meer dan loon. Terwijl we ons druk maakten over mogelijk te lage loonstijgingen, zijn in het cao-overleg de afgelopen jaren ook afspraken gemaakt over werktijden, vrije dagen, keuzebudgetten en tal van andere zaken. Vooral de vele afspraken over duurzame inzetbaarheid zijn buitengewoon interessant. Via duurzame inzetbaarheid houden of krijgen werkenden perspectief op goede banen en promotie, en vergroten ze hun verdienvermogen. Mag het daar iets vaker over gaan?

Geplaatst op 27 juni 2018