‘Cao zonder FNV is een slechte cao’

Sinds het sociaal overleg is mislukt, gaat de FNV weer de confrontatie aan. De bond zet de aanval in tegen de ‘doorgeschoten flexibilisering’ op de arbeidsmarkt en strijdt voor hogere lonen en een fatsoenlijke oudedag. Actie hoort nu eenmaal bij de vakbond, aldus FNV-voorzitter Han Busker. Tegelijk is hij bereid tot bewegen. ‘De centrale looneis van 3,5 procent is geen dogma.’

Tekst
Dorine van Kesteren
Fotografie
Martin Waalboer

Han Busker heeft een opvallende fotowand in zijn werkkamer. Afgebeeld over de volle breedte: het Museumplein, 2004. Onder leiding van de FNV liepen toen meer dan 300.000 mensen te hoop tegen de plannen rond de WW, WAO, VUT en prepensioen van het kabinet Balkenende II. Spandoeken, vlaggen en rode ballonnen. Busker wijst op een figuurtje in de mensenzee. ‘Daar sta ik ergens.’ Het is zichtbaar een mooie herinnering voor hem. Roept de foto weemoed op naar voorbije tijden?  ‘Het is inmiddels veertien jaar later, en er zijn tegenwoordig ook andere, modernere manieren waarop we ons punt kunnen maken. Maar ik sluit zeker niet uit dat we ooit weer zo’n grote manifestatie organiseren. Ik merk dat de onrust en het animo voor actie onder werknemers toeneemt. Zij zeggen: de economie draait als nooit tevoren, maar ik merk er helemaal niets van.’

Actie en polderen – het zijn van oudsher twee stromingen binnen de FNV. De barricaden op of onderdeel worden van het systeem. Actievoeren is Busker niet vreemd; als voorzitter van de Nederlandse Politiebond leidde hij in 2015 de langste politiestaking ooit. ‘Actievoeren hoort gewoon bij de vakbond. Maar het moet natuurlijk wel een doel dienen. Iedereen bij de FNV streeft naar het maximale resultaat voor onze leden, maar de vraag is op welke manier je dat het beste bereikt. Daar is altijd discussie over, daar zit een bepaalde spanning op. Maar dat vind ik ook wel leuk.’

En als u zelf moet kiezen, met het mes op de keel?

‘We hebben in 2016 en 2017 anderhalf jaar aan de overlegtafel gezeten, maar zijn uiteindelijk geen meter vooruitgekomen. In die context zeg ik, in alle eerlijkheid: actie. Daarom hebben we een aanvalsplan voor de arbeidsmarkt opgesteld, het Offensief. Bij de gemeenteraadsverkiezingen hebben we een tien-puntenplan ingebracht in de debatten met lokale politici. Op 1 mei zullen we van ons laten horen. En als het nodig is, komen er ook zeker stakingen.’

Mislukt

Afgelopen september mislukten de gesprekken tussen werkgevers en werknemers over de hervormingen op de arbeidsmarkt. Busker: ‘We hadden hetzelfde doel voor ogen: de wildgroei aan flexarbeid stoppen. De werkgevers erkenden dit probleem, maar de echte drive om tot een oplossing te komen, ontbrak. De loondoorbetaling bij ziekte was ook een knelpunt. Ik snap best dat dit een drempel is om mensen in vaste dienst te nemen, zeker voor kleine werkgevers. Maar ons uitgangspunt is dat een beperking niet ten koste mag gaan van de aanspraken van de zieke werknemer. Wij zoeken het meer in verkleining van de werklast rond de re-integratieverplichtingen.’

Toen heeft het kabinet zelf maar een sociale paragraaf in het regeerakkoord geschreven.

‘Het regeerakkoord doet recht aan alle partijen, zegt het kabinet. Nou, wat ons betreft is de balans ver te zoeken. Dat begint al met de afschaffing van de dividendbelasting voor het grote bedrijfsleven. Daar geeft men 1,4 miljard euro weg en aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt 500 miljoen bezuinigd. En waar ik ook boos over ben: begin 2016 hebben wij afgesproken met het kabinet en de werkgevers om de Wwz, de Wet werk en zekerheid, te evalueren. Want dan komen de feiten boven tafel, en wordt duidelijk of die wet wel echt haar doel mist, zoals wordt beweerd. Maar nu zeggen zowel kabinet als werkgevers: laat die evaluatie maar zitten. En introduceert het regeerakkoord een nieuwe ‘cumulatiegrond’, waarbij losse ontslaggronden bij elkaar mogen worden opgeteld.’

Wat nu?

‘Het centraal overleg is van de baan, wij gaan geen breed sociaal akkoord meer sluiten. De enige mogelijkheid is dat we praten over een aantal geïsoleerde knelpunten. De loondoorbetaling bij ziekte bijvoorbeeld. Want de werkgevers zijn ook niet blij met het voorstel in het regeerakkoord om deze verplichting voor kleine werkgevers te verkorten naar één jaar en hen in het tweede jaar een uniforme lastendekkende premie te laten betalen.’

Flexwerk is een manier geworden om arbeid goedkoop te organiseren; dat noemen wij de race naar beneden

Doorgeslagen flexibilisering

Een van de belangrijkste punten in het Offensief is de ‘doorgeslagen flexibilisering’ – een stokpaard van Busker. ‘De FNV is niet tegen flexwerkers en zzp’ers, maar flex moet de uitzondering zijn – niet de regel. Nederland is koploper flexwerk in Europa, de arbeidsinkomensquote is nog nooit zo laag geweest. Het is een manier geworden om arbeid goedkoop te organiseren. Dat noemen wij de race naar beneden. Want zolang flex goedkoper is dan vast, krijgt niemand meer een vaste baan. Het is reëel als werkgevers juist méér betalen voor mensen die ze kunnen inzetten bij ‘piek en ziek’. Er staat immers een extra voordeel tegenover: het is gemakkelijker om afscheid te nemen.’

Wat stelt u voor?

‘Wij pleiten voor maatregelen die de concurrentie tussen werkenden stoppen. Om te beginnen: flexwerkers en zzp’ers extra zekerheden bieden op het gebied van pensioen en arbeidsongeschiktheid. Als zij de kosten van deze verplichte collectieve verzekeringen doorberekenen in hun tarieven, wordt flex vanzelf duurder. Ook minimumtarieven voor zzp’ers horen erbij. Verder moeten de aanbestedingsregels worden aangepast. Bij aanbestedingen van gemeenten, vooral in de zorg, gaat het altijd om kortlopende, zo goedkoop mogelijke contracten. En de medewerkers van de inschrijvende bedrijven betalen de prijs. Natuurlijk is dit deels Europees geregeld, maar het Nederlandse kabinet heeft hier ook een verantwoordelijkheid.’

Terug naar het naoorlogse ideaal van een baan voor het leven?

‘De wereld en het arbeidsaanbod zijn groter geworden, de keuzemogelijkheden oneindig. Ik geloof inderdaad niet dat mijn zoon nog een veertigjarig dienst-verband ambieert. Maar dat betekent niet dat de jongere generaties geen zekerheid willen. Een vast arbeidscontract betekent toch niet dat iemand zijn hele leven bij dezelfde werkgever moet blijven?’

Han Busker
Han Busker (1960) is sinds 10 maart 2017 voorzitter van de FNV. Hij begon zijn loopbaan bij de Koninklijke Marechaussee. Later stapte hij over naar de politie, eerst in de gemeente Amsterdam en vervolgens op Schiphol. In 1986 ging hij aan de slag als individueel belangenbehartiger bij de marechausseevereniging. Busker werd daarna voorzitter van deze vereniging, vicevoorzitter van de militaire vakbond AFMP, bestuurslid van de koepelorganisatie van Europese militaire vakbonden en penningmeester van de koepelorganisatie van Europese politievakbonden. In 2008 werd hij voorzitter van de Nederlandse politiebond.

Centrale looneis

Dit jaar zet de FNV in op een loonsverhoging van 3,5 procent. Werkenden moeten profiteren van de economische groei, aldus de bond. Deze centrale looneis maakt het echter niet gemakkelijker aan de cao-tafel. Het Financieele Dagblad meldde onlangs op basis van AWVN-cijfers dat een aantal toonaangevende sectoren de afgelopen drie jaar cao’s hebben afgesloten zonder de FNV, waardoor 1,5 miljoen werkenden buiten de invloedsfeer van deze vakbond zijn gekomen.

Plaatst de FNV zichzelf buitenspel?

‘De beeldvorming klopt niet, dit is geen trend. Van de bijna vierhonderd cao’s die in 2017 tot stand zijn gekomen, waren wij er slechts bij acht niet betrokken. En bij een deel van die acht is dat al een aantal jaar zo, zoals bij de horeca. Ik blijf zeggen: een cao zonder de FNV is een slechte cao. Waarom het CNV wel mee tekent, weet ik niet. Ik kan niet in hun afweging treden. Persoonlijk doe ik het liever gezamenlijk, want het gaat uiteindelijk om de belangen van de Nederlandse werknemers.’

Is het niet verstandiger om een beetje mee te buigen? Nu iets inleveren, in ruil voor economische groei en werkgelegenheid in de toekomst?

‘Daarom hebben we ook anderhalf jaar lang geprobeerd om eruit te komen! Kijk, de FNV heeft niet het dogma: 3,5 procent loonsverhoging en anders niets. De decentrale cao-onderhandelaars hebben de ruimte om naar het bredere perspectief te kijken. Maar sommige dingen kunnen en willen we niet uitleggen aan onze leden. Dat heeft te maken met geloofwaardigheid.’

Pensioenstelsel

Ondertussen ligt in Den Haag nog een hoofdpijndossier op tafel: het pensioenstelsel. Al sinds 2012 proberen werkgevers en werknemers in de SER om samen een nieuw, toekomstbestendig systeem te ontwerpen. ‘Het kabinet maakt het ons hierbij niet gemakkelijk. Bijvoorbeeld met de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd. Wij stellen voor om die tot 2020 op het huidige niveau te bevriezen, in afwachting van een brede maatschappelijke discussie over fysiek zwaar werk en de gezondheidsverschillen tussen lager- en hogeropgeleiden. Daarnaast komt de solidariteit van het pensioenstelsel steeds meer onder druk te staan nu de groep zzp’ers groeit die er niet aan deelnemen. En dan speelt nog de kwestie van de rekenrente. Veel pensioenen zijn al tien jaar niet geïndexeerd. Natuurlijk snapt iedereen dat de pensioenfondsen zich niet ten onrechte rijk mogen rekenen met een huizenhoge rente, maar de huidige rente is extreem laag. Dat moet toch anders kunnen?’

Loopt dit goed af?

‘Ik ben niet optimistisch. Wij gaan niet akkoord met een verslechtering van het pensioenstelsel. Onze opdracht is te strijden voor een fatsoenlijke oudedag voor onze leden. Het is prima om op individueel niveau beter duidelijk te maken hoe de pensioenaanspraken precies in elkaar zitten, maar wij zijn fel tegen persoonlijke pensioenpotjes. En wij niet alleen: het Centraal Planbureau heeft berekend dat een collectieve pot uiteindelijk een 7 procent hoger pensioen oplevert.’

Het gaat allemaal niet vanzelf, zo lijkt het. Waarom gaat u er toch elke dag weer tegenaan?

‘Mijn overtuiging is dat vakbonden heel belangrijk zijn voor de democratie en het machtsevenwicht in een land. Vanuit solidariteit en collectiviteit kan je ook veel meer bereiken dan wanneer mensen alleen het gevecht moeten aangaan. Dat geldt zeker voor de zwaksten op de arbeidsmarkt. Natuurlijk zijn er bevlogen werkgevers, die het beste willen voor hun medewerkers. Maar zulke bedrijven moeten concurreren met bedrijven die wél ongebreideld gebruikmaken van de flexibele schil. Het systeem dat we hebben gecreëerd in Nederland, trekt de goede werkgevers naar beneden. Flex is een verdienmodel geworden – en dat is zó verkeerd.’

Geplaatst op 26 maart 2018