Focus op loon ontneemt zicht op vernieuwingsdrang

Cao-seizoen 2017 in retrospectief

 

Cao-seizoen 2017 in enkele steekwoorden:

  • versnellende economie
  • treuzelende sociale partners
  • verkrappende arbeidsmarkt
  • stijgende lonen
  • relatief veel kwalitatieve afspraken
  • echo’s uit verleden: generatiepact
Tekst
Hendrik Noten

De voortekenen waren al gunstig, maar 2017 zal nu zeker de boeken ingaan als het jaar van de economische versnelling. Terwijl de maanden voorbijgleden, zagen de nationale rekenmeesters van onder andere het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau zich keer op keer genoodzaakt om hun verwachtingen naar boven toe bij te stellen. Met 3,3 procent groeide de economie uiteindelijk een stuk meer dan verwacht, terwijl de werkloosheid naar 4,9 procent daalde, het laagste punt sinds 2009. Ter vergelijking: in de Prinsjesdagramingen van september 2016 waren de uitgangspunten nog 1,7 procent groei, 0,5 procent inflatie en 6,2 procent werkloosheid. Ramingen gingen dus meerdere keren over de kop. In het verlengde hiervan is ook de krapte op de arbeidsmarkt terug van weggeweest. Eerst nog vooral in technische sectoren, inmiddels ook in onderwijs en zorg.

De aantrekkende economie, stijgende inflatie en dalende werkloosheid drukten hun stempel op de loonontwikkeling

Politiek gezien was 2017 vooral het jaar van de Tweede-Kamerverkiezingen. Rutte II was nagenoeg uitgeregeerd en alle wetgeving inmiddels aangenomen en geïmplementeerd. Hier vonden dan ook geen grote verrassingen meer plaats. In aanloop naar diezelfde verkiezingen onderhandelden de sociale partners in de SER over een aantal belangrijke dossiers die om een oplossing roepen. Uiteindelijk lukte dit niet en kwam er geen overeenstemming over onderwerpen als flex, zzp en pensioen. Omdat het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ ruimte voor interpretatie en invulling laat, blijft het afwachten hoe bepaalde voornemens de komende jaren uitpakken. Toch lijken al deze relevante ontwikkelingen af en toe achtergrondgeluid.
Want als er één onderwerp is dat de publieke opinie heeft beheerst, dan is het wel: loon. Dat was niet geheel terecht, aangezien juist in de coulissen van het cao-seizoen de échte vernieuwing plaatsvond.

AWVN is als adviseur betrokken bij de totstandkoming van de helft van de Nederlandse cao’s. Gedurende het jaar houdt AWVN nauwlettend de ontwikkelingen op het gebied van de onderhandelingen bij. Elke twee weken rapporteert AWVN daarvoor in het elektronische periodiek Cao-info. Leden kunnen zich daarop – gratis – abonneren. Daarnaast voorziet AWVN de media elke maand van het laatste cao-nieuws.

Voortgang

De voortgang van het cao-seizoen 2017 oogt onrustig. Er expireerden 456 cao’s, voor in totaal 2,7 miljoen werknemers. In de eerste helft van het jaar bleek het érg moeilijk om tot nieuwe afspraken te komen. Het aantal akkoorden dat tot stand kwam, lag iedere maand onder het langjarige gemiddelde. Na de zomer vond echter een kentering plaats, met als hoogtepunt de maand november, waarin een uitzonderlijk groot aantal cao’s werd afgesloten. Een directe verklaring is hiervoor niet te geven. Door die inhaalslag is het beeld op dit moment relatief normaal: inmiddels zijn 309 cao’s vernieuwd voor 2,4 miljoen werknemers. Tel daar het ‘achterstallig onderhoud’ bij op (akkoorden uit eerdere jaren die pas nu worden getekend, zoals de horeca-cao) en in totaal zagen het afgelopen jaar 330 akkoorden het levenslicht, voor 3,35 miljoen werknemers. Stakingen en acties waren er ook. Zeer opvallend was het protest van de docenten uit het primair onderwijs, aangevoerd door PO in Actie, een beweging die ooit als Facebookpagina begon. Na de jaarwisseling publiceert het CBS weer het aantal stakingsdagen.

 

Bijna 80 procent van de cao-akkoorden kende een afspraak over duurzame inzetbaarheid

Lonen

De aantrekkende economie, stijgende inflatie en dalende werkloosheid drukten hun stempel op de loonontwikkeling. Waar het maandelijkse gemiddelde van de cao-lonen normaal gesproken het gehele jaar door stabiel is, is dat dit jaar anders. Gedurende het seizoen is een opwaartse trend zichtbaar, waarbij het gemiddelde looncijfer elke maand iets hoger ligt. In november ging dit cijfer voor het eerst in jaren zelfs door de grens van 2 procent heen. Gemiddeld is er sprake van een loonstijging van 1,70 procent op twaalfmaandsbasis.
Een opvallend verschil ten opzichte van eerdere jaren is de sectorale differentiatie. Het onderwijs en de financiële dienstverlening zijn om specifieke redenen echte uitschieters aan de onderkant, maar wanneer we die even buiten beschouwing laten, dan blijkt het verschil tussen de overige vijftien sectoren, anders dan voorgaande jaren, uitzonderlijk klein.
Voor volgend jaar verwacht het Centraal Planbureau een loonstijging (voor de markt) van 2,5 procent. Om dat te halen, zal de stijgende loonontwikkeling nog wel verder moeten doorzetten. De vakbonden nemen hier in ieder geval al een voorschot op. FNV formuleerde een minimale looneis van 3,5 procent en weigert voorlopig water bij de wijn te doen. De geschiedenis leert echter dat de looneis zelden helemaal wordt gehaald.

Looptijd

Sinds 2013 zien we een trend van toenemende looptijden; vanaf dat jaar loopt de gemiddelde looptijd op tot 21 maanden. In 2017 blijft dit beeld nagenoeg gelijk met een vergelijkbaar gemiddelde. Opvallend is dat het aantal cao’s van langer dan twee jaar blijft doorstijgen. Afgelopen jaar kende maar liefst de helft van alle akkoorden een looptijd van twee jaar of langer, terwijl dat gemiddeld genomen slechts 37 procent is. Verklaringen lopen uiteen van ‘behoefte aan rust’ tot ‘ruimte voor studieafspraken’.

Arbeidsvoorwaardenoverleg 2017

Jaarlijks presenteren AWVN, VNO-NCW en MKB-Nederland een gezamenlijke arbeidsvoorwaardennota, waarin zij de aandachtspunten voor het arbeidsvoorwaardenoverleg vanuit werkgeversperspectief verwoorden. De arbeidsvoorwaardennota 2018 is naar verwachting begin januari beschikbaar.

Vernieuwingsdrang

De gezamenlijke werkgeversorganisaties hameren in hun nota’s op het belang van vernieuwing van sociaal beleid. De veranderende werkgelegenheid en oplopende AOW-leeftijd dringen zich steeds heftiger op aan de dagelijkse praktijk. Doorbraken zijn nodig in het denken over en werken aan duurzame inzetbaarheid. Voor een deel heeft dit ook zijn weerslag op de cao-onderhandelingen. Vaak begint het formuleren van rechten, plichten en middelen hier. Wanneer dat niet goed lukt, heeft het een negatief effect op verder uitgedacht HR-beleid.
In de afspraken van 2017 bleef de aandacht voor duurzame inzetbaarheid in het algemeen groot: bijna 80 procent van de akkoorden kende een afspraak die onder deze paraplu valt. Wie echter onder de lappendeken aan voornemens kijkt, ziet dat de verschillen aanzienlijk zijn.
Aan de ene kant is er een brede beweging gaande waarbij scholing en mobiliteit met elkaar zijn vervlochten. Dit betekent dat werknemers meer mogelijkheden krijgen om scholingsfaciliteiten breed in te zetten, zelfs om hun externe arbeidsmarktpositie te verbeteren. Dit soort afspraken, die passen in het streven naar meer regie voor werkenden, zien we terug in individuele budgetten en de bijbehorende doelbepalingen.
Tegelijkertijd is er ook sprake van een tegenovergestelde beweging. Een kleine veertig akkoorden kenden het afgelopen jaar afspraken over het generatiepact. In de helft van de gevallen betreft het al regelingen die concreet beleid vastleggen. De andere helft richt zich op studie- en procesafspraken. De vakbonden zetten ook komend jaar stevig in op generatiepacten. Sommige werkgevers – vooral in sectoren met zwaar fysiek werk – staan hier niet onsympathiek tegenover. Toch benadrukt AWVN een aantal haken en ogen scherp in de gaten te houden.

En 2018?

Terugkijkend op het afgelopen cao-seizoen valt vooral de toenemende aandacht voor de loonontwikkeling op. Oproepen van De Nederlandsche Bank, toenmalig minister Dijsselbloem van Financiën en premier Rutte zetten behoorlijk druk op het arbeidsvoorwaardenoverleg. Gezien de boodschappen van de vakbonden in de media valt te verwachten dat die druk in 2018 niet minder zal worden. Toch is de discussie op macroniveau niet geschikt om een directe weerslag op microniveau te hebben. In een specifieke bedrijfscontext spelen immers vaak hele andere zaken.
Al met al kende 2017 de nodige kwalitatieve dynamiek, sociale partners die – soms samen – op zoek waren naar nieuwe succesvolle vormen van sociaal beleid. Helaas kwam dit in het publieke geweld over geld niet altijd bovendrijven. Meer aandacht daarvoor is niet alleen inhoudelijk terecht, maar ook noodzakelijk. Lange tijd ging het arbeidsvoorwaardenoverleg met name over de verdeling van geld en tijd. We staan nu op een kantelpunt. Door de toenemende dynamiek in de economie en op de arbeidsmarkt moeten werkgevers hun sociaal beleid naar een nieuw niveau brengen en moeten werkenden daarbij meer de regie nemen. Dat vraagt een sterkere verbinding tussen de organisatiedoelen, HR-strategie en uiteindelijk arbeidsvoorwaarden. We zullen zien of de tijd hiervoor rijp is.

 

Dit artikel is gebaseerd op de stand van zaken tot 1 december. In de tweede helft van januari verschijnt de definitieve evaluatie van het cao-seizoen, waarin ook decemberakkoorden zijn verwerkt.

Hendrik Noten
is beleidsadviseur bij AWVN en mede­verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaardeninformatie

Geplaatst op 11 december 2017