Problemen groter dan gedacht

AWVN-ledenonderzoek naar situatie arbeidsmarkt

De problemen die werkgevers ondervinden op de arbeidsmarkt zijn groter dan gedacht – zowel bij het aantrekken als ontslaan van personeel. Schaarste tekent zich op meer functies af dan alleen technisch personeel en werkgevers houden rekening met een sterke stijging van de loonkosten in 2018 (3,5 procent). Zij bieden vaker een vast contract aan, maar investeren ook meer in personeelsdossiers om eventueel ontslag gemakkelijker te laten verlopen. Dit blijkt uit de AWVN-arbeidsmarktenquête 2017.

Tekst
Jannes van der Velde

Uitkomsten arbeidsmarktenquête in het kort
• Arbeidsmarktproblemen groter dan gedacht
• Ook tekorten aan niet-technisch personeel
• Duurzame inzetbaarheid als maatregel
• Grote loonkostenstijging (3,5 procent) in 2018
• Maar werkgevers trekken niet de beurs
• Meer vaste banen
• Kosten flex stijgen harder dan die van vast


Niet bij techneuten alleen

Werkgevers beoordelen in meerderheid (70 procent) de problemen op de arbeidsmarkt als aanzienlijk groter dan twee jaar geleden. Dat geldt zowel voor het aantrekken en vasthouden van personeel als voor het ontslaan.

Als het gaat om de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, ondervinden bedrijven in toenemende mate niet alleen problemen bij het vinden van technisch geschoold personeel, maar ook van commerciële medewerkers, administratief personeel, obers en talloze andere functies.

Tegelijkertijd zijn de problemen rond contractvormen, ontslag en loondoorbetaling bij ziekte ook gegroeid.

Ontslagproblemen verkleinen

Dat werkgevers de procedures rond ontslag als lastig en duur ervaren, is bekend. Hoe proberen ze problemen te vermijden? Vooral door extra inspanningen te verrichten bij het opbouwen van personeelsdossiers. Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) spelen personeelsdossiers een vaak cruciale rol in juridische procedures. Werkgevers hebben zich dat gerealiseerd. Vaker een contract voor bepaalde tijd afspreken, is een goede tweede bij het zoeken naar mogelijkheden om eventuele uitdiensttreding zo gemakkelijk mogelijk te maken.

De antwoorden op deze vraag bevestigen het vermoeden dat de WWZ er niet voor heeft gezorgd dat er meer contracten voor onbepaalde tijd worden verstrekt. Dat werkgevers gelijktijdig ook vaker vaste contracten aanbieden (zie blok op pagina 31), is te verklaren uit de volgende overwegingen. Als de werkgever voorziet iemand graag langere tijd te willen houden of als het moeite kost iemand aan te trekken, ligt een vast contract vaker voor de hand. Is dat niet het geval en betreft het bijvoorbeeld een functie waarvoor geen schaarste geldt, dan wordt dat vaste contract juist vermeden. Werk verplaatsen naar het buitenland of het uitbesteden, zijn in verband met personeelsproblemen nauwelijks aan de orde.

Ziekte

Werkgevers kwalificeren in meerderheid de kosten van zieke werknemers als het grootste met regelgeving samenhangende probleem op de huidige arbeidsmarkt. Niet verbazingwekkend dat verkorting van de periode van loondoorbetaling bij ziekte bovenaan staat op het werkgeversverlanglijstje van overheidsmaatregelen, nog voor maatregelen als versoepeling van de kantonrechtersprocedure en een langere keten van contracten voor bepaalde tijd.

Kosten flex harder omhoog dan die van vast

De kosten van flexwerk gaan in 2018 harder omhoog dan die van vast personeel. Voor flexwerkers reserveren werkgevers in 2018 3,8 procent extra op hun begroting, voor vaste medewerkers 3,5 procent. Deze raming is in lijn met de verwachte economische groei. Als reactie op de verkrappende arbeidsmarkt gaan de tarieven van flexpersoneel omhoog: de concurrentie om hun diensten groeit. Eveneens in reactie op deze ontwikkeling zegt een derde van de ondervraagde werkgevers dat zij vaker en sneller werknemers in vaste dienst nemen.

Forse loonkostenstijging verwacht

Werkgevers houden in hun begroting voor 2018 rekening met een forse stijging van de loonkosten: 10,5 miljard euro ofwel 3,5 procent. Enig rekenwerk wijst uit dat van die 10,5 miljard slechts 6 miljard euro bij de werknemers terechtkomt. De rest gaat naar premies, belastingen en vergelijkbare zaken.

Extra geld niet de oplossing

Er lijkt iets veranderd ten opzichte van eerdere
periodes van krapte op de arbeidsmarkt. Vingen werkgevers vroeger het probleem op met extra geld, nu gebruiken ze meer instrumenten om personeel aan te trekken of te binden. Zo proberen ze het perspectief van en de zekerheid voor de werkende te vergroten door bijvoorbeeld een vast contract aan te bieden. Eenderde van de Nederlandse werkgevers geeft aan werknemers vaker en sneller in vaste dienst te nemen dan de afgelopen jaren het geval was.

In deze denklijn past ook de groeiende populariteit van maatregelen in de sfeer van duurzame inzetbaarheid – door gerichte ontwikkeling van medewerkers werkt de ‘interne’ arbeidsmarkt beter.

Pas als aanvulling op dergelijk beleid komt geld ter sprake. Werkgevers proberen financiële middelen te herschikken door bijvoorbeeld keuzepakketten te bieden – met veel flexibiliteit en keuzevrijheid voor de medewerkers. Pas daarna komen ze toe aan ‘klassieke’ financiële prikkels – het trekken van de portemonnee.

Overigens zegt ook een derde van de werkgevers in toenemende mate gebruik te maken van een ander ‘klassiek’ middel: het inhuren van flexibel personeel en zzp’ers.

De AWVN-arbeidsmarktenquête 2017

Aan de AWVN-arbeidsmarktenquête 2017 nam een dwarsdoorsnede van de AWVN-achterban – en daarmee van het Nederlandse bedrijfsleven – deel, met een paar afwijkingen van die doorsnede. Zo zijn de categorieën chemische industrie en overige industrie enigszins oververtegenwoordigd en zijn detailhandel en bouw ondervertegenwoordigd. Gezien de bekende problemen in die sectoren kan dat hebben geleid tot een lichte overschatting van de problemen rond technisch opgeleid personeel.

Onder de 99 deelnemers waren grotere (1.000-5.000 medewerkers) en zeer grote bedrijven (meer dan 5.000 medewerkers) oververtegenwoordigd. Ondernemingen met minder dan 50 werknemers waren daarentegen helemaal afwezig. Deze over- en ondervertegenwoordigingen qua bedrijfsomvang hebben waarschijnlijk geen of nauwelijks effect gehad op de uitkomst van het onderzoek.

Qua regionale spreiding van de deelnemende bedrijven is het beeld zoals mocht worden verwacht: een zwaartepunt in Zuid-Holland, vervolgens Noord-Holland en daarachter de overige provincies.

Geplaatst op 20 september 2017