Er bloeit van alles in de polder

Column van Harry van de Kraats

Harry van de Kraats is algemeen directeur van werkgeversvereniging AWVN en directeur Sociale Zaken van VNO-NCW

Het mislukken van het centrale overleg begin september heeft de gebruikelijke vloedgolf van antipolderretoriek opgeleverd. Wie echter goed kijkt, ziet dat de overlegeconomie op decentraal niveau groeit en bloeit. Ja, er is hier en daar onenigheid, maar dat blijkt meestal de aanloop naar een nieuwe afspraak. Nederland vaart wel bij wat zich op decentraal niveau aan vernieuwing voltrekt.

Neem bijvoorbeeld het akkoord in de schoonmaaksector. Na de stakingen van enkele jaren geleden, hebben de werkgevers en vakbonden elkaar weer opgezocht, is onder leiding van een deskundig bemiddelaar het gesprek hervat, hebben beide partijen water bij de wijn gedaan, zijn de arbeidsverhoudingen hersteld en is er een akkoord over de arbeidsvoorwaarden gesloten waarin aan iedere betrokkene recht wordt gedaan. Polderachtiger kan het niet.

Of kijk naar de detailhandel met zijn ‘tussenbaan’. Dit nieuwe fenomeen is een compromis in de beste zin van het woord. Werkgevers tonen begrip voor de zorgen van de vakbonden over flexwerk, vakbonden tonen begrip voor de (concurrentie-)positie van de werkgever. En het overlegmodel baarde een contractvorm. Met een langere looptijd dan de ‘gewone’ flexbaan en met een beter perspectief voor de werkende – zonder dat de werkgever alle voordelen van het flexcontract verliest.

Deze opsomming van vernieuwing kan gemakkelijk worden aangevuld met andere voorbeelden, ook van buiten de arbeidsvoorwaardenwereld – denk aan het Energieakkoord dat nu in uitvoering is. Minder bijzonder dan bovenstaande voorbeelden maar wel illustratief, is het verloop van de cao-onderhandelingen in bredere zin in de afgelopen jaren. Dat verloop is kort gezegd ‘gewoon’. Vrijwel alle cao’s worden vernieuwd binnen de normale termijn, zonder noemenswaardige arbeidsconflicten. Conflicten zoals die zich voordeden bij Jumbo en in de horeca zijn uitzonderingen op de regel. Die regel blijft: de polder doet het.

Misschien komt de échte vernieuwing straks wel vooral van het decentrale niveau

In ogenschijnlijk groot contrast met de geschetste decentrale vormen van vernieuwing, is de impasse op het centrale niveau van de polder. Daar, in de SER, praatten vakbonden en werkgevers maanden met elkaar over zaken als arbeidsmarkt, ontslagrecht, sociale zekerheid en pensioenstelsel. Zonder dat er een werkbaar – voor de wetgever – akkoord werd bereikt.

Hoe kan dat? Ik denk dat het eenvoudigweg ligt aan de complexiteit van de vraagstukken, die ook nog eens allemaal met elkaar samenhangen. Er is een Gordiaanse knoop van ongekende omvang ontstaan – die we met zijn allen hebben geschapen – maar er is (nog) geen zwaard scherp genoeg om hem doormidden te klieven. Op hoofdlijnenniveau loopt het gesprek: over uitgangspunten en doelstellingen kunnen we het best eens worden. Maar zodra het gaat over details, botsen allerlei deelbelangen en loopt de discussie vast in een steeds stroperiger soep zonder smaak.

De oplossing? Het Energieakkoord kan als voorbeeld dienen voor het bijeenbrengen van vele, veelsoortige partijen met grote verschillende belangen en invalshoeken.

Maar het kan ook best eens zo zijn dat we de komende jaren de échte vernieuwing vooral van het decentrale niveau mogen verwachten. Totdat er een situatie is uitgekristalliseerd die ook op centraal niveau tot een oplossing van de sociaaleconomische vraagstukken kan leiden. Daarbij is het belangrijk om vooral met elkaar in gesprek te blijven – op alle niveaus. Het aantreden van een nieuw kabinet zal een mooi startmoment vormen om onderling vertrouwen te herwinnen. Want hoe dan ook hebben we elkaar nodig.

Geplaatst op 20 september 2017