Vraag ’t de AWVN-werkgeverslijn

Vakantieperikelen

De AWVN-werkgeverslijn is de helpdesk voor leden van AWVN. Dagelijks komen er uiteenlopende vragen binnen bij de AWVN-werkgeverslijn. Omdat de vakantieperiode weer van start is gegaan, hebben de medewerkers van de AWVN-werkgeverslijn voor deze editie van Werkgeven de meest voorkomende vragen rond het onderwerp ‘vakantie’ voor u geselecteerd.

Tekst
Tim Buskermolen
Tim Buskermolen

1.  Een werknemer gaat met een gebroken arm op vakantie, waardoor hij niet de gebruikelijke invulling kan geven aan zijn vakantie. Zijn deze dagen aan te merken als vakantie- of ziektedagen?

Als een werknemer arbeidsongeschikt is en desondanks op vakantie gaat, dan worden deze dagen aangemerkt als vakantiedagen. Hij maakt de weloverwogen keuze om op vakantie te gaan.
Tijdens deze vakantiedagen heeft de werknemer recht op doorbetaling van 100 procent van zijn loon. Dit is niet het geval bij ziekte, waar een minimum geldt van 70 procent loondoorbetaling. Sinds 2012 bouwen werknemers tijdens een ziekteperiode evenveel (wettelijke) vakantiedagen op als tijdens een periode waarin ze niet ziek zijn. Tegenover de volledige opbouw tijdens ziekte staat volledige opname tijdens ziekte. De vakantiedagen van een werknemer die tijdens zijn arbeidsongeschiktheid vakantie opneemt, moeten dan ook volledig worden afgeschreven.

2.   Een werknemer gaat drie weken op vakantie, maar wordt na de eerste week ziek. Hij meldt zich ziek bij de werkgever. Zijn de dagen na ziekmelding aan te merken als vakantie- of ziektedagen?

De hoofdregel is dat dagen waarop de werknemer ziek is tijdens zijn vakantie, niet worden aangemerkt als vakantiedagen, behalve als de werknemer daarmee instemt of als hij op vakantie gaat ondanks zijn ziekte. Als een werknemer ziek wordt op vakantie, is het niet aan de werkgever om te bepalen of hij ziek is. Enkel een arts kan dit beoordelen. De werkgever moet op dit oordeel afgaan. Als de arts vindt dat de werknemer inderdaad ziek is, dan moeten deze dagen worden aangemerkt als ziektedagen. Het is verstandig om de interne regels rond ziekte tijdens vakantie duidelijk vast te leggen.

3.   Hoelang zijn vakantiedagen houdbaar?

Wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Vakantiedagen opgebouwd in 2016 maar niet in dat jaar opgenomen, vervallen dus op 1 juli 2017. Hiervan kan schriftelijk worden afgeweken in het voordeel van de werknemer. De wettelijke vakantiedagen vervallen niet als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om vakantie op te nemen. Dan is de verjaringstermijn vijf jaar. Denk aan een werknemer die om medische redenen niet in staat is geweest om met vakantie te gaan. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Deze termijn is te ‘stuiten’. Dat wil zeggen dat de werknemer, voordat de verjaringstermijn is afgelopen, door middel van een schriftelijke verklaring kan aangeven dat hij het recht op de vakantiedagen wil behouden. Vanaf dat moment gaat de verjaringstermijn opnieuw lopen.

4.   Mag de werkgever een vakantieaanvraag weigeren op grond van onderbezetting?

De werkgever kan een vakantieverzoek alleen afwijzen als er gewichtige redenen zijn of als er andere afspraken over het vaststellen van vakantie zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst of cao. Een gewichtige reden is bijvoorbeeld dat de vakantie van de werknemer de gang van zaken binnen het bedrijf ernstig verstoort. Het bedrijf moet bijvoorbeeld tijdelijk worden gesloten omdat vervanging van de werknemer onmogelijk is. De werkgever moet altijd het bedrijfsbelang afwegen tegen het belang van de werknemer om vakantie op te nemen. Let op! Als de werkgever bezwaar heeft tegen de vakantieperiode, moet hij dit schriftelijk binnen twee weken na het verzoek van de werknemer aan de werknemer meedelen. Laat hij dit na, dan staat de vakantie vast.

5.   Kan de werknemer tussentijds zijn vakantiedagen afkopen?

Vakantie is nodig om uit te rusten, aldus de wetgever. Dit wordt de ‘recuperatiefunctie’ van vakantie genoemd. Daarom kunnen werknemers tijdens hun dienstverband de minimumaanspraak aan vakantiedagen — twintig dagen bij een fulltime dienstverband — niet afkopen. Bovenwettelijke vakantiedagen kunnen wél worden afgekocht. Dit moet dan wel schriftelijk zijn overeengekomen. Werkgever en werknemer kunnen elkaar niet verplichten om vakantiedagen af te kopen.

6.   Heeft de werknemer bij einde dienstverband recht op uitbetaling van de resterende vakantiedagen?

Bij het einde van het dienstverband hebben werknemers soms nog een aantal niet-opgenomen vakantiedagen openstaan. De werknemer heeft in dat geval recht op uitbetaling van de resterende vakantiedagen (minimumaanspraak én bovenwettelijke vakantiedagen).

Vragen over arbeidsrechtelijke kwesties? Neem contact op met de AWVN-werkgeverslijn. De helpdesk voor AWVN-leden is op werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 uur tot 17.00 uur: 070 850 86 05. Of mail naar werkgeverslijn@awvn.nl.

Tim Buskermolen is medewerker van de AWVN-werkgeverslijn

Geplaatst op 21 juni 2017