‘Poldermodel zal zich weer oprichten’

Na 36 jaar AWVN neemt Hans van der Steen afscheid van de wereld van cao’s, werkgevers en vakbonden. Een terug- en vooruitkijkende beschouwing in negen trefwoorden. Sociale zekerheid, vakbond(smensen), media, fiets, demotie, poldermodel, werkgevers en computer.

Tekst
Janco Douwema
Fotografie
Martin Waalboer

1.   Vakbonden

‘Lastig onderwerp. De FNV heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld van een decentraal georganiseerde emancipatiemachine naar een steeds meer centraal aangestuurde machtsorganisatie. De prijs die men daarvoor betaalt, is een grotere afstand tot de werkvloer en veel interne discussies, want het lukt onvoldoende om het op centraal niveau — binnen de bond zelf — met elkaar eens te worden. Daarmee is de FNV, waarschijnlijk onbewust, een conservatieve factor geworden. De eerlijkheid gebiedt mij wel om te zeggen dat dit voor het CNV veel en veel minder geldt. Centralisatie en het verdwijnen van de ‘gewone’ bonden bij zowel FNV als CNV hebben ervoor gezorgd dat het vroegere decentrale netwerk van werkgevers en bonden op bedrijfs- en bedrijfstakniveau sterk is verwaterd. We missen daarmee laagdrempelige ingangen om decentraal — op het niveau van bedrijven, sectoren en regio’s — lijnen uit te zetten, om beleid te ontwikkelen dat los staat van de politiek-strategische issues die in de centrale polder spelen. En het is minder makkelijk om ‘bovenlangs’ met elkaar conflicten op te lossen, om dreigende stakingen af te wenden – iets wat al die jaren dat ik als cao-coördinator werkte, wel een paar keer is gelukt dankzij dat decentrale netwerk. Inspanningen om dat netwerk nieuw leven in te blazen, zullen dan ook beslist vruchten afwerpen. Ik denk dat het CNV dat toejuicht. En hopelijk wil de FNV ook mee.’

2.   Vakbondsmensen

‘Ik heb uitgerekend dat ik in de twintig jaar dat ik zelf over cao’s onderhandelde, zo’n 1500 keer in gesprek ben geweest met vakbondsmensen, ‘bestuurders’ in hun jargon. Dan leer je ze wel kennen. Ik onderscheid in mijn afscheidsboekje zes types. Van de weinig principiële ‘ritselaar’ tot de ‘meeloper’, die alleen uitvoert wat de cao-coördinator van de bond heeft besloten. Het sympathiekst vond ik de ‘man van de werkvloer’, hoewel niet altijd de gemakkelijkste. De ‘man van de werkvloer’ is niet alleen realistisch en bereid om een deal te maken, maar heeft ook relativeringsvermogen. Je kunt dus met hem lachen.’
‘Later, bij het uitzetten van beleidslijnen, heb ik veel zaken gedaan met de coördinatoren van de bonden. Fijne, gedreven mensen. Daardoor vaak ook heel lastig. Maar altijd betrouwbaar.’

Hans van der Steen

Hans van der Steen (1952) was lange tijd hét gezicht van het Nederlandse bedrijfsleven als het ging om arbeidsvoorwaarden. Hij drukte in zijn tijd als directeur Arbeidsvoorwaardenbeleid van AWVN en als werkgeversstrateeg een stempel op de koers van de werkgevers – met name ook waar het de relatie met de vakbonden betrof. Hij stond als zodanig bijvoorbeeld aan de wieg van het denken over duurzame inzetbaarheid, sociale innovatie en de rol die arbeidsvoorwaarden kunnen spelen bij het stimuleren van gedrag en het (her)inrichten van organisaties.

Zijn aantreden in 1981 vormde het begin van een bijna 36-jarig dienstverband bij AWVN. Van der Steen voerde de eerste twee decennia daarvan vijftienhonderd cao-onderhandelingen en gaf vervolgens in een aantal managementfuncties leiding en richting aan dergelijke processen.

‘Polderaar’ Van der Steen speelde als werkgeversvertegenwoordiger een belangrijke rol bij het voortdurende overleg met vakbonden. Over het sociaaleconomische overleg vertrouwde Van der Steen op verzoek van de AWVN-leiding zijn waarnemingen, gedachten en geleerde lessen toe aan het papier. Het resultaat is de bundel Met een rechte rug. Deze wordt gepresenteerd tijdens Van der Steens afscheidssymposium, dat plaatsvindt op 6 juli in Amsterdam.

3.   Werkgevers

‘Bij hen heb ik niet zo’n mooie typologie als bij de vakbondsbestuurders. Zou ik nog eens over moeten nadenken… De rol van bedrijven ontwikkelt zich langs een golfbeweging: organisatoren en uitvoerders van sociale zekerheid in de eerste helft van de twintigste eeuw, terugtredend uit dat domein toen de overheid opkwam, en nu opnieuw nadenkend over de eigen maatschappelijke rol, die steeds belangrijker zal worden.’
‘Het werkgeverschap wordt ondernemingen niet gemakkelijk gemaakt. De samenleving vergeet nogal eens dat ondernemers veelal tegen wil en dank werkgever worden. Werkgeverschap is geen doel. Een succesvolle onderneming vormen: dat is het doel. Door de veelheid aan complexe wet- en regelgeving zien ondernemingen – werkgevers – steeds meer risico’s en bureaucratie bij het aannemen van personeel. Maak werkgeven aantrekkelijker en verlaag de gepercipieerde risico’s. Dan zal de arbeidsmarkt een stuk beter functioneren.’

4.   Media

‘Niet dat ik iedere week in de krant stond, maar ik heb — denk ik — een goede, functionele band opgebouwd met de pers. Ik weet dat het imago van de media momenteel over het algemeen niet erg gunstig is. Dat komt doordat een deel van de media eigenlijk meer amusement brengt dan nieuws, duiding en uitleg. Ik weet ook dat de media geweldig onder druk staan omdat hun verdienmodel is uitgehold. Maar er is gelukkig ook nog steeds een deel van de media dat gewoon erg goed werk levert in het kader van waarheidsvinding, informatievoorziening en democratische controle. Ik heb de afgelopen jaren eigenlijk alleen te maken gehad met échte journalisten, mensen die écht geïnteresseerd waren in wat er speelt in de wereld en écht wilden weten hoe het zat. En ja, die schreven dan ook soms dingen op die mij niet helemaal goed uitkwamen.’

In zijn afscheidsbundel Met een rechte rug gaat Hans van der Steen o.a. in op de ontstaansgeschiedenis van het sociaal manifest Naar nieuwe arbeidsverhoudingen — een gemeenschappelijke publicatie van AWVN, FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie, die in januari 2011 verscheen. Tot de drijvende krachten achter de totstandkoming ervan behoorden Hans van der Steen, Anja Jongbloed (FNV) en Jaap Jongejan (CNV), hierboven op de foto, na de presentatie. ‘De grote winst van het manifest is het gedeelde besef dat investeren in constructieve arbeidsverhoudingen dé kritieke succesfactor is om binnen ondernemingen draagvlak te creëren voor noodzakelijke en gewenste veranderingen. Van klassiek onderhandelen naar co-creatie, werkgevers die samenwerken met vakbonden en ondernemingsraden. Het manifest doet een beroep op actoren op alle niveaus om constructieve arbeidsverhoudingen te bewerkstelligen en de dialoog te bevorderen’, schrijft Van der Steen.

5.   Sociale zekerheid

‘Veel te ingewikkeld geworden met veel te veel nevenbelangen van politiek en bureaucratie. De complexiteit van het systeem is een van de oorzaken van de terughoudendheid van werkgevers om mensen een contract voor onbepaalde tijd te bieden. Ik weet dat de kans klein is dat het gebeurt, maar idealiter zouden we een heel nieuwe start moeten maken met de inrichting van het stelsel. Ik voorspel dat we binnen tien jaar een systeem hebben dat geldt voor alle werkenden, ongeacht de juridische constructie waarin zij werken.’

6.   Demotie

‘Ah, het meest beladen woord van de afgelopen decennia. Het hoefde maar te vallen of de vakbonden zaten in de gordijnen. Dat kwam vooral door de associatie met werkenden die naar een lagere positie worden gedwongen met een bijbehorend lager salaris — een beetje zoals degradatie in de sport. Intussen heeft zich gelukkig een praktijk ontwikkeld waarbij werkenden in overleg met de werkgever een loopbaanstap maken naar een andersoortige, vaak minder belastende functie. Dat past in het moderne denken over duurzame inzetbaarheid. Ik ben zelf een aardig voorbeeld. Op zeker moment was het bestaan als leidinggevende wel voldoende geweest. Ik heb vervolgens een paar jaar mogen nadenken over strategische vraagstukken. Minder belastend, minder stress.’

7.   Poldermodel

‘Onder druk, maar zeer veerkrachtig en diepgeworteld. Het poldermodel zal zich dus opnieuw oprichten, ondanks dat het gesprek tussen de sociale partners de laatste tijd erg stroef gaat. De term poldermodel is misschien wel een beetje belegen, maar het gaat erom dat het voeren van overleg heel diep in onze cultuur zit. Dat heeft te maken met onze argwaan tegenover macht. We zijn dus altijd geneigd, bewust of onbewust, om tegenmacht te organiseren. Dat betekent dat in Nederland niemand zomaar zijn zin kan doordrukken. We moeten het met elkaar eens worden. Dat kan soms lastig en tijdrovend zijn, maar is uiteindelijk wel de beste garantie voor een rechtvaardige en welvarende samenleving.’

8.   Computer

‘Zou ik willen typeren als een haat-liefdeverhouding. Maar zo’n apparaat discrimineert niet en houdt dus waarschijnlijk wel van mij.’

9.   Fiets

‘Dat is mijn favoriete vervoer-middel. Vooral om naar niet vooraf bepaalde bestemmingen te rijden. Dat zal ik dus de komende tijd veel gaan doen. Vooral in delen van Nederland waar deze Randstedeling nog niet eerder is geweest. Prachtig vooruitzicht. De fiets maakt het afscheid minder zwaar…’

Geplaatst op 21 juni 2017