In de bestuurskamer

Column van Harry van de Kraats

Harry van de Kraats is algemeen directeur van werkgeversvereniging AWVN en directeur Sociale Zaken van VNO-NCW

Het ging over het in 2015 jaar tijdens het AWVN-jaarcongres gepresenteerde gedachtegoed over de maatschappelijke rol van ondernemingen (en zoals verwoord in die prachtige bundel Winst!). Steeds meer bedrijven bezinnen zich op hun rol in de samenleving, op de vraag hoe zij naast financiële ook maatschappelijke waarde kunnen creëren. Een voorhoede van bedrijven heeft zelfs de slag al gemaakt en de opvattingen op dat vlak geïntegreerd in de bedrijfsstrategie, bijvoorbeeld door circulair te produceren of door stelselmatig extra banen te creëren voor arbeidsbeperkten.

Duurzame inzetbaarheid wordt gewoon deel van de bedrijfsstrategie. Kan niet anders

Niet de maatschappelijke rol van ondernemingen, maar het woord ‘geïntegreerd’ wekte de belangstelling van de aanwezigen. De reden: de toezichthouders beseffen maar al te goed dat de wereld dusdanig complex en turbulent is, dat bedrijven wel gedwongen zijn na te denken over mogelijke ontwikkelingen in de wereld – die misschien niet direct, maar wel via een omweg een enorm effect op het bedrijf kunnen hebben. Denk aan een kopersstaking, omdat een winkel met kinderarbeid vervaardigde spullen verkoopt. Aan klachten van omwonenden vanwege overlast. Of aan milieueffecten die een fatsoenlijk bedrijf eenvoudigweg niet op zijn geweten wil hebben. Er zijn talloze overwegingen waarom ondernemingsbesturen ertoe overgaan om maatschappelijke doelen in de ondernemingsstrategie te integreren.

Zo’n omslag kondigt zich ook aan als het gaat om het personeelsbeleid. En ook hier komt de eerste drijfveer uit de buitenwereld. Digitalisering, globalisering, robotisering en geopolitieke ontwikkelingen maken de wereld complexer, markten volatieler en omstandigheden onzekerder. Dat dwingt bedrijven tot het verhogen van hun reactiesnelheid en het vergroten van hun wendbaarheid en lenigheid. Dat kan alleen maar met de juiste mensen.

En daar doet zich – zeker in Nederland – een probleem voor. De arbeidsmarkt trekt nog maar nauwelijks aan of het aantal vacatures loopt al op – veel ervan blijken ‘onvervulbaar’. Dat zal op zeker moment zijn effect hebben op de bedrijfsvoering: kan het werk nog wel worden gedaan?

Tegelijk is er een leger van inactieven die klaarblijkelijk niet voldoen aan de functie-eisen. Ook intern, onder de zittende werknemers, doen zich problemen voor. Kennis veroudert – razendsnel op sommige terreinen, ICT bijvoorbeeld. Voor je het weet, heb je een achterstand. Inhuren blijkt een dure optie en lang niet alle medewerkers uit het vergrijzende medewerkersbestand kunnen snel genoeg mee.
Er is eigenlijk maar één antwoord: duurzame inzetbaarheid, met als belangrijk element blijven leren. Er zijn signalen dat de overheid zich deze problematiek aantrekt, maar wachten op de overheid kan weleens een lange wake betekenen. Er is slechts één groep belanghebbenden die een steeds groter belang heeft en die er zelf iets aan kunnen doen: ondernemingen.

Het kan niet anders of het denken over personeelsbeleid wordt een essentieel onderdeel van de bedrijfsstrategie. Duurzame inzetbaarheid wordt in het bedrijf daarvan de drager. Duurzame inzetbaarheid wordt daarmee deel van een geïntegreerde agenda voor de bestuurskamer. Kan niet anders.

Geplaatst op 21 juni 2017