Doordenken

De naïviteit voorbij

Ronald de Leij is publicist. Hij was in het verleden onder meer directeur van Akzo Nobel Nederland, VNO-NCW en DECP, en strategisch adviseur van AWVN

Rond de verkiezingen was politiek Den Haag in de ban van de rel met Turkije. Het kan weleens lang duren voordat de relaties tussen beide landen weer zijn ‘genormaliseerd’.
Ik heb er begrip voor dat de generatie Nederlanders die in de jaren vijftig naar Canada en Nieuw Zeeland emigreerden, emotioneel verbonden bleven met het land dat zij verlieten. Ik zou het ook begrijpen als deze mensen iets daarvan aan hun kinderen hebben meegegeven. Het zou mij evenwel verbazen als die kinderen op hun beurt hebben geprobeerd het aan hún kinderen mee te geven. En ronduit absurd zou ik het vinden wanneer enige van deze generaties een stem zou mogen uitbrengen bij verkiezingen of referenda in Nederland.

Landen hebben iets met bezittelijkheid jegens hun ‘burgers’. Onbegrijpelijk is dat niet. Meer dan de natuurlijke hulpbronnen die het land ten dienste staan, is het de inspanningsbereidheid en de bereidheid tot samenwerking van de inwoners om daadwerkelijk tot welvaart te komen. Bomen transformeren zich niet vanzelf tot schepen, riviermondingen leggen geen kades aan, steenkolen bouwen geen mijnen. Maar waarom moeten burgers die het land verlaten om zich blijvend elders te vestigen, nog onder die bezittelijkheid vallen en moet aan hen een – wederkerig – recht toekomen om zich als stemgerechtigden uit te spreken over het wel en wee in hun verlaten land? Zou dit ooit om andere dan pure machtsredenen kunnen zijn? Een soort nationale reserve die tot hulp aan het ‘vaderland’ opgeroepen kan worden en die zich zelfs tegen het verblijfsland kan keren? Wij kunnen ons dat amper voorstellen, omdat we bij uitstek een handelsvolk zijn en weten dat handel en ruziemaken niet samengaan. Maar te denken dat een hond niet bijt omdat wij niet de intentie hebben om de hond te bijten, is uiterst naïef.

Nog steeds overheerst het denken dat bedrijven die (mede) in dit land zijn ontstaan, ‘onze’ bedrijven zijn

Het is niet zo’n grote stap als het lijkt om van het voorgaande over te gaan op de dreigende overnames van AkzoNobel en Unilever, waartegen zich nu zelfs de politici uitspreken die eerder de honden hebben losgelaten in de merkwaardige veronderstelling dat die ons enkel gebraden hanen zullen apporteren. Nog steeds overheerst het denken dat bedrijven die (mede) in dit land zijn ontstaan, ‘onze’ bedrijven zijn. Nou, dat zijn ze niet, en dat waren ze ook nooit. Ik heb begrip voor het ontstaan van die illusie, maar die is vooral het gevolg van wat we met ons naïeve EU- en globaliseringsdenken hebben weggegooid: bescherming van ‘onze’ bedrijven.

Moeten we daarnaar terug? Moeten we onze nationale grenzen weer optrekken en moet de nieuwe premier zijn regeringsverklaring à la Trump afsluiten met een driewerf ‘Nederland eerst!’? Nog maar kort geleden zou enig publiekelijk denken in die richting mij hebben doen verdenken van PVV-sympathieën of erger, maar nu er zelfs uit van nationalisme eerder onverdachte kring een stem opgaat om schooldagen te beginnen met het zingen van het Wilhelmus, kan het meevallen.

Het zou prachtig zijn als de wereld één gemeenschap was met vrije wereldburgers die overal in hun universele rechten worden gerespecteerd. Ik gun het iedereen daarnaar te streven. Maar te denken dat zoiets ooit werkelijkheid wordt, is eerder religieus dan realistisch. En erop vooruitlopen zoals we met de EU en de euro op geografisch kleine schaal hebben gedaan en met TTIP dreigden te doen, is dramatisch naïef. Ik hoop dat de nieuwe regeringscoalitie – van willekeurig welke samenstelling – daarmee afrekent.

Geplaatst op 28 maart 2017