Patiënt centraal? Dan eerst investeren in werkenden

Suzanne Kruizinga, CNV Zorg en Welzijn

De zorgsector loopt vast in procedures, protocollen, bureaucratie en gevestigde belangen. Werkgevers en werkenden in de zorg hebben een gemeenschappelijk belang om het werk (her) in te richten rond het welzijn en welbevinden van de patiënt, vindt Suzanne Kruizinga van vakbond CNV Zorg en Welzijn. Tijd voor een gezamenlijke aanpak, gebaseerd op de onorthodoxe ideeën die zij toelichtte op en na afloop van een drukbezocht zorgcongres op 6 december in de Jaarbeurs.

Tekst
Janco Douwema
Fotografie
Martin Waalboer

Wat is het probleem?

Kruizinga: ‘De zorg moet veranderen, daar zijn we het allemaal over eens: overheid, werkgevers en werkenden in de zorg. De patiënt, zijn welzijn en welbevinden, moet centraal staan. Dat staat ook in alle beleidsstukken – de patiënt moet de regie in handen hebben. Maar die omslag wordt belemmerd door allerlei gedateerde organisatiestructuren. Mijn veranderagenda omvat nogal wat punten: cao’s, flexwerk en contractvormen, HR-beleid, arbeidsverhoudingen en uiteindelijk ook de organisatie van bijvoorbeeld ziekenhuizen en onze eigen vakbond. Veel meer investeren in mensen, in werkenden in de zorg – dat is de richting die ik op wil. Alleen dan kunnen we de alom gewenste omslag bewerkstelligen.’

Ik pleit ervoor de cao drastisch te hervormen. Dat moet veel meer een raamwerk worden voor de hele zorgsector

AWVN steeds actiever in zorgsector
Steeds meer organisaties in de zorgsector zijn lid van AWVN. De werkgeversvereniging verricht steeds meer werk in de zorg – uiteenlopend van arbeidsvoorwaardenadvies en beloningsbeleid tot arbeidsrechtelijke ondersteuning en advies over HR-beleid. AWVN ziet dit als een logisch gevolg van de ontwikkelingen in de zorgsector, zoals marktwerking en verzelfstandiging. Daardoor gaan de werkgeversvraagstukken in de zorgsector steeds meer lijken op die in de marktsector.

Het publieke debat gaat vooral over de kosten van de zorg.

‘Ja. En begrijpelijk, want in de kostenontwikkeling van de zorg ligt een enorme uitdaging. Bij het aangaan van deze uitdaging is een van de leidende gedachten dat de patiënt centraal moet staan. Dat bewerkstellig je niet zomaar door te gebieden: ‘Stel de patiënt centraal’. Het gaat om het gedrag van de werkenden, die moeten leren anders naar bepaalde zaken te kijken. Om ze daartoe in staat te stellen, moet je in hen investeren en niet de budgetten voor personeel uitwringen zoals de afgelopen jaren is gebeurd.’
‘In de zorg is de afgelopen jaren in van alles en nog wat geïnvesteerd, vooral in organisaties, toezicht, gebouwen en apparatuur. Maar niet in mensen. De opleidingsachterstand is enorm. Er wordt financieel, cijfermatig en technocratisch bestuurd en beoordeeld. Nu is de tijd aangebroken dat we de organisaties en middelen richten op het vlak waar kwaliteit ontstaat: de interactie tussen patiënt en zorgverlener.’

Voorbeelden?

‘Die zijn er te over. Toen ik zelf als arts op de spoedeisende hulp ging werken, stonden daar alleen bedden. Alsof iemand met een zere voet niet kan zitten… En de wachtruimtes: slechte stoelen, bevelen op de vloer: ‘Achter deze streep blijven’. Je kunt mensen ook een polsbandje geven dat begint te trillen als ze aan de beurt zijn. Kunnen ze in de tussentijd koffiedrinken.’

Van de Kraats: ‘Zorgsector onder vergrootglas’
De zorgsector zal de komende jaren nog nadrukkelijker en indringender onder het vergrootglas komen te liggen dan nu al het geval is. De samenleving zal zorginstellingen steeds nadrukkelijker toetsen op de waarde die zij toevoegen aan de maatschappij. Dat zei directeur Harry van de Kraats van AWVN tijdens het congres ‘HR in de zorg’, op 6 december in Utrecht.
Hij kwam tot die stelling op grond van een aantal ontwikkelingen. Zo is het waarschijnlijk dat de opkomst van maatschappelijk verantwoord ondernemen in het bedrijfsleven ook effect heeft op de zorg. Daarnaast zijn er steeds meer politieke partijen die tegen de introductie van verdere marktwerking in de zorg zijn. Afhankelijk van de verkiezingsuitslagen kan het dus zomaar zijn dat de zorg ‘extra’ opdrachten krijgt in de sfeer van maatschappelijk rendement.
Van de Kraats adviseerde de congresgangers om zich de komende tijd te herbezinnen op de maatschappelijke functie van hun instelling en na te denken over het scheppen van extra maatschappelijke waarde naast de maatschappelijke waarde die zorginstellingen vanuit hun kernactiviteiten al creëren.
Heel concreet sprak Van de Kraats over de rol die zorginstellingen spelen als werkgever. ‘Ik twijfel er niet aan of velen van u worden al regelmatig, misschien wel dagelijks, aangesproken op vraagstukken die hier indirect of rechtstreeks mee te maken hebben. Bijvoorbeeld vragen over het inhuren van flexwerkers die voorheen in dienst waren, over de kwaliteit van uw dienstverlening en over de werkdruk en het tekort aan tijd. Dat zijn allemaal vragen die te maken hebben met de samenleving, niet met kosten of organisatieprincipes. De uitdaging schuilt in het formuleren van een nieuw antwoord op de vraag hoe u in praktische zin extra maatschappelijke waarde kunnen toevoegen. Met de nadruk op extra.’

U benoemt nogal wat belemmeringen.

‘Ja, er zijn er nogal wat. Neem de arbeidsverhoudingen en het flexwerk. Ik geloof er niet in dat we terug moeten naar het vaste contract als hoogste norm. Maar ik geloof er wel in dat je jonge flexwerkers moet laten meepraten en meebeslissen over ook voor hen essentiële zaken. Nu hebben flexwerkers geen stem, maar ik vind dat ze moeten meedoen in de medezeggenschap.’
‘Het is inderdaad belangrijk dat werkenden veel meer de regie over hun eigen loopbaan nemen, maar dan moeten we wel de mogelijkheden voor arbeidsmobiliteit drastisch vergroten. Anders blijft iedereen zitten waar hij zit. Neem als voorbeeld de wijkteams die nu overal van de grond komen. Die zijn multidisciplinair, dus komen er mensen uit verschillende cao’s bij elkaar. Door bij de start van cao-onderhandelingen te beginnen met tegenstellingen, creëer je weerstand. Beter kun je starten met gezamenlijke belangen en uitgangspunten. Bijvoorbeeld het streven naar een gezonde werksfeer, naar kwaliteit en het belang van de cliënt. Dat geeft energie.’
‘Je zou ook kunnen stellen dat de cao als instrument steeds vaker belemmerend werkt. Ik pleit er daarom voor de cao drastisch te hervormen. Dat moet veel meer een raamwerk worden voor de hele zorgsector. Daarbinnen krijgen beroepsgroepen en -niveaus een aantal arbeidsvoorwaardelijke modules. Noem het een ‘horizontale cao’. Dan is het niet meer zo lastig om van een baan in een ziekenhuis over te stappen naar een baan in de gehandicaptenzorg – nu nog met eigen cao’s. In Zweden werkt het al zo: alle verpleegkundigen in één cao, ongeacht de sector waarin ze werken.’

U spreekt ook regelmatig over het eigenbelang dat de sector in de greep houdt.

‘Ja. Veel verbetermogelijkheden lopen vast op eigenbelang van bestaande instellingen, mijn eigen bond niet uitgezonderd. Iedere speler heeft zijn eigen belangenbehartiger. En daarmee doel ik ook op de verticale, sectorgewijze indeling in de zorgsector. Kijk maar naar de verscheidenheid aan cao’s. Ik denk dat de tijd is gekomen dat we ons realiseren dat werkenden, werkgevers, overheid allemaal dezelfde belangen hebben – zeker op de arbeidsmarkt. Als we daar doorgaan met ongebreidelde flexibilisering en het uitkleden van de arbeidsvoorwaarden, is het niet mogelijk om de zorgkwaliteit te bieden die we allemaal willen. Ik wil daarom dolgraag samenwerken met andere partijen. Ik heb Actiz (de overkoepelende organisatie van zorgondernemingen, red.) aangeboden om gezamenlijk een nieuwe organisatie te gaan vormen, van werkgevers én werknemers.’

In de zorg is de afgelopen jaren in van alles en nog wat geïnvesteerd – in organisaties, in toezicht, in gebouwen, in apparatuur. Maar niet in mensen

Hoe wordt er op uw boodschap gereageerd?

‘Ik krijg veel bijval, ook van directeuren van zorginstellingen. Ik bespeur ook een zekere radeloosheid: men weet niet hoe het verder moet. Ik denk dat we eerst moeten aansturen op een paradigmawisseling, weg van het ‘meten is weten’-paradigma. Het gaat erom dat we inzien dat zorgkwaliteit met de patiënt als spil een uitstekend uitgangspunt is, ook voor kostenbeheersing, en dat die kwaliteit staat of valt met het niveau van de werkenden.’

Geplaatst op 13 december 2016