Maak werkgeven aantrekkelijk(er)

Column Harry van de Kraats

Harry van de Kraats is algemeen directeur van werkgeversvereniging AWVN en directeur Sociale Zaken van VNO-NCW

Het zal u niet zijn ontgaan: de politiek maakt zich op voor de verkiezingen. Op 15 maart 2017 mogen alle meerderjarige Nederlanders naar de stembus om een nieuwe volksvertegenwoordiging te kiezen. De redactie van Werkgeven heeft zich manmoedig door (bijna) alle partijprogramma’s heen geworsteld met de vraag wat de eventuele uitvoering daarvan voor werkgevers zou betekenen. De oogst van die analyse treft u elders in dit magazine aan. Wat valt op?

Ten eerste dat de Nederlandse kiezer, en dus ook de stemmende Nederlandse werkgever, letterlijk wat te kiezen heeft. Het aantal deelnemende partijen lijkt groter te worden dan ooit en het aantal partijen dat daadwerkelijk een kans maakt op een zetel, is zelfs voor Nederlandse begrippen groot – een stuk of vijftien wel. AWVN neemt in haar analyse alleen de partijen mee die in de peilingen op ten minste twee zetels staan. Voor de verkiezingen van 2012 werden zes programma’s doorgespit. Nu elf.
Dan naar de inhoud van de programma’s. Daarin valt bij veel partijen de bezorgde ondertoon op – zorgen over de Nederlandse samenleving als geheel. Dan gaat het om het (vermeende) tekort aan samenhang en gemeenschapszin. De meeste partijen delen de analyse dat de voor- en nadelen van de internationalisering van de economie oneerlijk zijn verdeeld. De voordelen zouden vooral terechtkomen bij de hoogopgeleiden met de beter betaalde banen, de nadelen vooral bij de middengroepen en lager betaalden.
Ongeacht de vraag of dat inderdaad zo is: deze constatering leidt bij de meeste partijen tot voorstellen rond het themacluster flexwerk, zzp’ers, arbeidsmarkt en arbeidsparticipatie. In die voorstellen is de rode draad dat flexibele en vaste contracten meer op elkaar moeten gaan lijken. Flex moet vaster worden, vast moet flexibeler worden. Over de gehele – volgens velen gedateerde – scheidslijn tussen links en rechts doet men voorstellen in die richting. Bijvoorbeeld het idee om meer tijdelijke contracten achter elkaar toe te staan of om langer durende tijdelijke contracten mogelijk te maken. Het belangrijkste verschil tussen de partijen hierbij is dat ‘linkse’ partijen vooral benadrukken dat flexwerk vaster moet worden.

Misschien is dat wel de belangrijkste grondtoon in vrijwel alle partijprogramma’s: dat werkgeven geen hobby of plicht is

Ook ten aanzien van andere aspecten van de arbeidsmarkt springen de overeenkomsten tussen de voorstellen in het oog. Zo lijken links en rechts het erover eens dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte moet worden verkort, in het bijzonder voor kleine werkgevers. Een zaak waarover werkgevers zich al langer beklagen. Verder is er opvallende eenstemmigheid over verlaging van de lasten op arbeid, óók de werkgeverslasten.
Met andere woorden: het moet voor werkgevers aantrekkelijker worden om ‘werk te geven’.

Misschien is dat wel de belangrijkste grondtoon in (vrijwel) alle partijprogramma’s: dat de politiek inziet dat werkgeven – het inhuren van personeel – geen hobby of plicht is. Als dat inzicht na de verkiezingen doorklinkt in het regeerakkoord – en dat zou zomaar kunnen, getuige de programma’s – is er veel gewonnen voor de Nederlandse werkgever én werknemer – en voor heel Nederland.

Geplaatst op 13 december 2016