Doordenken

Hoe lang kunt u nog werken?

Ronald de Leij is publicist. Hij was in het verleden onder meer directeur van Akzo Nobel Nederland, VNO-NCW en DECP, en strategisch adviseur van AWVN

Wie lang van zijn pensioen wil genieten en in Laren (Noord-Holland) woont, doet er verstandig aan naar Rozendaal (Gelderland) te verhuizen. Bent u 65 jaar, dan levert zo’n verhuizing u namelijk 15,3 extra levensjaren op (33,1 jaar in plaats van 17,8 jaar). Gemiddeld, want mannen gaan er met die verhuizing slechts 9,5 jaar extra op vooruit; vrouwen liefst 26,3 (de levensverwachting van 65-jarige vrouwen in het Rozendaalse is gestegen van 83,7 jaar naar 110!).

Deze cijfers vond ik op volksgezondheidenzorg.info, een website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid). Betrouwbaarder kun je het niet krijgen. Natuurlijk, deskundo-logen zullen mij er nu graag op wijzen dat het zó niet werkt en uitleggen dat als alle 65-plussers van Laren naar Rozendaal verhuizen, de resterende levensverwachting in Rozendaal fors zal dalen. Toch doen de cijfers van Rozendaal mij de vaderlandse pensioenproblematiek met andere ogen bezien. Stel je voor dat die cijfers voor het hele land gaan gelden. Dan mag de AOW-leeftijd wel richting 90!

Ik doe politieke partijen, vakbonden en werkgeversverenigingen dan ook graag het voorstel om alle 65-plussers met een pensioenafkoop op basis van de nu voor hen landelijk geldende, gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd (mannen: 18,2 jaar; vrouwen: 21,2 jaar) te laten emigreren naar Duitsland of Frankrijk. Beide landen zijn toch al aantrekkelijke vakantiebestemmingen en bovenal, geen van beide landen kent de pensioenproblematiek waar ons land onder gebukt gaat. Dat komt doordat zij niet zo’n prachtig stelsel hebben als wij. In goed Haags: ‘Je ken nie lède an wat je nie hep!’

Stel je voor dat die cijfers voor het hele land gaan gelden. Dan mag de AOW-leeftijd wel richting 90!

Onlangs liet staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken weten dat de AOW-leeftijd in 2022 stijgt naar 67 jaar en drie maanden. Daarbij baseert zij zich op ramingen van het Centraal Bureau voor Statistiek met betrekking tot de macrogemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Maar daar is iets vreemds mee aan de hand. Tussen 1950 en 2000 steeg de resterende levensverwachting voor mannen van 14,4 naar 15,7 jaar. Dus 1,3 jaar extra erbij in vijftig jaar. Voor vrouwen ging het die periode harder: van 14,9 naar 19,6. Zij passeerden de zestien-jaar-extra-erbij-grens al in 1959; mannen deden dat pas in 2003. Maar sinds 2002 loopt de gemiddelde resterende levensverwachting ‘ineens’ ook voor mannen snel op: van 15,97 in 2002 naar 18,85 in 2014. Een stijging van 2,9 jaar in twaalf jaar tijd (terwijl er eerder vijftig jaar over was gedaan om 1,3 jaar extra te bewerkstelligen!).
Dat bevreemdde mij al vóór 2010 zozeer, dat ik destijds meerdere hoog-geleerden gevraagd heb of zij die plotselinge en razendsnelle stijging konden verklaren. Met respect, maar geen van hen wekte de indruk op de hoogte te zijn. Uitgerekend op mijn eigen zestigste verjaardag (in 2010) wees prof. Joop Schippers me op een bijdrage van prof. Johan Mackenbach in Netspar Magazine. Het was ook Mackenbach opgevallen en hij kon geen andere verklaring vinden dan dat medische ingrepen die vóór 2003 om uiteenlopende redenen enkel aan 80-minners waren voorbehouden, na 2002 ook binnen het bereik van hoogbejaarden waren gekomen. En ja, dan gaat het hard.

Een paar maanden geleden las ik dat het nu mogelijk is om falende hartkleppen te vervangen via een liesoperatie – in plaats van een risicovolle openhartoperatie. Daarmee zou nu ook voor hoogbejaarden zo’n ingreep mogelijk zijn. Ik misgun het niemand, maar wat zegt dat over de gezondheid van 65-75-jarigen – het leeftijdsbereik waarin de verhoging van de AOW-leeftijd plaatsvindt en er dus langer moet worden gewerkt?

Geplaatst op 13 december 2016