Medezeggenschap voor álle werkenden

Flexwerkers en inspraak

Een groeiende groep medewerkers is vaak op geen enkele manier betrokken bij het proces van besluitvorming in organisaties: de flexwerkers en zzp’ers. Als er niet voldoende aandacht komt voor hun positie op dit gebied, neemt de kwaliteit van de medezeggenschap af. Want wie vertegenwoordigt de ondernemingsraad dan eigenlijk nog?

Tekst
Kim van der Hoeven

Dit artikel is een samenvatting van het AWVN-beleidsdocument Flexwerk en medezeggenschap dat eind juli is verschenen. Leden kunnen het document downloaden via de het uitsluitend voor leden toegankelijke deel van de website. Liever een (gratis) gedrukt exemplaar? Neem contact op met de AWVN-werkgeverslijn, 070 850 86 05, werkgeverslijn@awvn.nl.

Het aantal werknemers in klassieke zin (loondienst, vaste baan) neemt af. Steeds vaker bestaat het personeel van een organisatie uit werknemers met uiteenlopende (arbeids)contracten – we spreken daarom ook al enige tijd niet meer over de werknemer, maar over de werkende.
En die omslag van vast naar flex gaat snel. Het eerste kwartaal 2016 telde Nederland iets minder dan 8,3 miljoen werkenden. Daaronder bevonden zich nog ruim 5,1 miljoen mensen met een vaste arbeidsrelatie, maar sinds eind 2008 is het aantal klassieke werknemers geslonken met 600.000. Het aantal flexibele dienstverbanden daarentegen groeit gestaag. In het eerste kwartaal van 2016 waren dat er ruim 1,7 miljoen: 350.000 meer dan in 2008. Het aantal flexwerkers neemt in alle leeftijdsgroepen toe, maar het sterkst onder jongeren. Daarnaast neemt ook het aantal zelfstandigen toe. Dat zijn er nu bijna 1,4 miljoen: 220.000 meer dan in 2008.
Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de representativiteit en het functioneren van de ondernemingsraad (OR). Want het medezeggenschapsorgaan wordt in de praktijk gekozen uit de – krimpende groep – werknemers met een vast arbeidscontract. Daardoor is een steeds groter wordende groep werkenden niet betrokken bij het proces van besluitvorming: de flexwerkers en de zzp’ers.

Minimumregeling

De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) regelt de medezeggenschapsrechten voor de ‘in de onderneming werkzame personen’. Dat zijn ‘diegenen die middels een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn in de onderneming’. Na zes maanden krijgen zij actief kiesrecht. Passief kiesrecht – de mogelijkheid om bij OR-verkiezingen te worden gekozen – ontstaat na twaalf maanden.
Sinds 1999 hebben uitzendkrachten ook medezeggenschapsrechten. Uitzendkrachten die 24 maanden in een onderneming werkzaam zijn, zijn volgens de WOR te kwalificeren als ‘in de onderneming werkzame personen’. Zij krijgen na 30 maanden actief kiesrecht en na 36 maanden passief kiesrecht bij de onderneming waar ze werkzaam zijn.
Ook al verzekert de WOR slechts een deel van de flexwerkers van wettelijke medezeggenschapsrechten (die ook nog eens pas na enige tijd ontstaan), toch vormt de wet geen belemmering om ook de overige flexwerkers bij de medezeggenschap te betrekken. De WOR is namelijk een minimumregeling; afwijking van de wet ten voordele van de werkenden is dus altijd mogelijk. Oftewel: elke werkgever of OR is vrij om alle werkenden te betrekken bij medezeggenschap op elk gewenst moment. De recent ingediende initiatiefwet van PvdA’er Grace Tanamal die erop is gericht om flexwerkers meer medezeggenschapsrechten te geven, is dan ook overbodig.

Samengevat
AWVN constateert dat

  • flexwerk in organisaties omvangrijk is en verder toeneemt
  • medezeggenschap voor medewerkers in vaste dienst goed is geregeld
  • de wet voldoende ruimte biedt om alle flexwerkers bij medezeggenschap te betrekken, maar dat dit in de praktijk weinig gebeurt
  • organisaties die alle werkenden bij de besluitvormingsprocessen betrekken, hun resultaten zien verbeteren.

AWVN pleit daarom voor een grotere rol van flexwerkers bij de medezeggenschap bij inlener, opdrachtgever of werkgever.

Cultuur

Toch komt het in de praktijk maar weinig voor dat flexwerkers en zzp’ers betrokken worden bij de formele vorm van medezeggenschap (via de OR) of een informele vorm ervan. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan speciale thema- of projectgroepen die werkenden de gelegenheid geven mee te praten en mee te beslissen over onderwerpen die hun interesse hebben.
Waarom dit zo is, is nauwelijks bekend. Het kan te maken hebben met culturele of sociologische aspecten. Het besef dat vaste en flexibele medewerkers gedeelde belangen hebben (niet alleen werktijden en arbeidvoorwaarden, maar ook de bedrijfscontinuïteit), is niet sterk aanwezig op de werkvloer. Medewerkers die een vaste arbeidsovereenkomst hebben, beschouwen flexwerkers zelden als collega – soms zien zij hen zelfs als hun directe concurrenten. Flexwerkers zijn voor de werkgever vaak goedkoper en makkelijker te vervangen en daarmee een aantrekkelijk alternatief voor vaste krachten. Vaak wordt het verschil tussen vast en flex nog versterkt doordat het management flexwerkers op een andere manier behandelt dan hun vaste collega’s.
Bemoedigend is dat er inmiddels verschillende ideeën zijn opgeworpen over het betrekken van flexwerkers bij medezeggenschap; praktijkvoorbeelden zijn er, maar nog maar mondjesmaat.

Netwerk Vernieuwing medezeggenschap
Op 28 september vindt een bijeenkomst plaats van het AWVN-netwerk Vernieuwing medezeggenschap. Centraal dit keer staat de vraag hoe de OR zich ten opzichte van bestuurder en achterban positioneert: als deskundige partij of als luis in de pels? Dit AWVN-netwerk bestaat sinds medio 2014. De focus ligt op medezeggenschap(srecht), maar er kunnen ook onderwerpen op het bredere terrein van arbeidsverhoudingen, draagvlak en participatie worden geagendeerd. Geïnteresseerden die zich bezig houden met (het vernieuwen van) medezeggenschap, zijn van harte welkom.
Meer informatie over het netwerk en de eerstvolgende bijeenkomst

Waarde

Het belang van medezeggenschap staat buiten kijf. Verreweg het grootste deel van de werkgevers ziet de toegevoegde waarde ervan. Dit komt niet alleen door de bijdrage die de OR levert aan de formele besluitvorming, maar vooral doordat overleg tussen ondernemer en werknemers draagvlak oplevert voor de koerswijzigingen van het bedrijf. Alleen al vanuit dat perspectief bezien, is het merkwaardig dat flexwerkers op medezeggenschapsgebied vrijwel buitenspel staan: zij worden niet meegenomen in de besluitvorming over vernieuwingsprocessen, terwijl zij daarin vaak juist een belangrijke rol spelen.
Het betrekken van alle werkenden bij de besluitvormingsprocessen draagt sterk bij aan de waardenvorming en het innovatievermogen van organisaties. Het delen van vraagstukken en het gezamenlijk formuleren van oplossingsrichtingen leidt tot effectievere veranderingen en een hoger rendement. Medezeggenschap heeft immers alles te maken met (informeel) overleg, een gevoel van betrokkenheid, meedoen en gedragen besluitvorming. Als flexwerkers (kunnen) meedoen met deze vormen van medezeggenschap, neemt hun betrokkenheid bij de organisatie sterk toe – juist omdat ze meedoen.

Merkwaardig: flexwerkers worden niet meegenomen in de besluitvorming over vernieuwingsprocessen, terwijl zij daarin vaak juist een belangrijke rol spelen

Open discussie

Om het verschil tussen vaste medewerkers en flexwerkers op medezeggenschapsgebied te verkleinen, is een open discussie nodig over de positie van flexwerkers in organisaties. Hoe moet medezeggenschap vorm krijgen in het licht van snelle organisatie- en arbeidsmarktveranderingen? Hoe komen goede besluiten tot stand met inachtneming van criteria als kwaliteit, efficiëntie en effectiviteit?
Als het aantal nieuwe werkenden in bedrijven blijft toenemen zonder dat er voldoende aandacht is voor hun positie op het gebied van medezeggenschap, leidt dit tot afname van de kwaliteit van  medezeggenschap. Immers: wie vertegenwoordigt de OR dan eigenlijk nog?

Geert de Bruin
Geert de Bruin

Werkt bij AWVN als beleidsadviseur

Kim van der Hoeven
Kim van der Hoeven

Is bij AWVN werkzaam als arbeidsjurist

Geplaatst op 21 september 2016