With great Brexpectations

Nederlands bedrijfsleven bereidt zich voor op Brexit

De naderende Brexit heeft grote gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Dat geldt zeker voor Nederlandse bedrijven die personeel uitzenden naar het Verenigd Koninkrijk en/of Brits personeel inhuren. AWVN inventariseerde hoe zij zich voorbereiden op de Brexit.

Tekst
Ruud Blaakman
Armand Lahalje

Na aanvankelijke scepsis over het Britse EU-referendum ging de kogel op 29 maart 2017 door de kerk. Toen deed het Verenigd Koninkrijk (VK) officieel het verzoek om de EU te verlaten. Sindsdien onderhandelen de twee partijen over de voorwaarden van de uittreding. Hiervoor hebben zij twee jaar de tijd. De vraag is of het een zachte Brexit, harde Brexit of iets ertussenin wordt. Zelfs de cliff edge-optie, ofwel superharde Brexit, wordt gevreesd. In dat geval worden de onderhandelingen gestaakt en komen er helemaal geen afspraken tot stand, met alle risico’s van dien.

Hard of zacht?

Bij een zachte Brexit stapt het VK weliswaar uit de EU, maar blijft het land wel deelnemen aan de Europese interne markt en de douane-unie. Daarmee blijft ook het vrije verkeer van personen en diensten in stand. Het VK krijgt dan een vergelijkbare status als Noorwegen, Liechtenstein en IJsland, de landen van de Europese Economische Ruimte (EER). Maar omdat de Brexit als hoofddoel heeft om de Europese migratie te beperken, ligt deze optie niet voor de hand. Een harde Brexit houdt in dat het VK de interne markt en douane-unie verlaat. Op dat moment herleven de invoerrechten. Dit heeft grote gevolgen voor de economieën van zowel het VK als de EU. Als exportland wordt zeker Nederland hierdoor geraakt. Een handelsakkoord tussen het VK en de EU moet deze zware klappen opvangen.

Inventarisatie

Hoe het precies verder zal gaan, weet niemand, maar feit is dat het VK vanaf 29 maart 2019 geen lid meer is van de EU. Als er een harde Brexit komt, is vanaf dat moment het Europese recht, de Europese interne markt en het vrij verkeer van personen en diensten niet meer van toepassing. Dit heeft grote gevolgen voor Nederlandse bedrijven die personeel uitzenden naar het VK en/of Brits personeel inhuren.
Om te achterhalen hoe deze bedrijven zich hierop in de praktijk voorbereiden,  heeft AWVN onlangs een inventarisatie gehouden onder de leden van onze internationale contactgroepen. In deze groepen wisselen 20 tot 25 bedrijven periodiek informatie met elkaar uit op het gebied van internationaal in- en uitzenden. Van de 130 deelnemende bedrijven hebben er 38 deelgenomen aan de inventarisatie over Brexit. De uitkomsten:

  • 31 van de 38 deelnemers hebben een hoofdkantoor of vestiging in het VK
  • het grootste deel van de Nederlandse bedrijven die actief zijn in het VK, hebben rechtstreeks werknemers in dienst bij een Engelse werkgever of detacheren werknemers van en naar het VK
  • 11 van de 38 bedrijven ontwikkelen momenteel een visie op de gevolgen van de Brexit. De bedrijven die dit nog niet doen, verwachten dat de overgangsperiode van twee jaar voldoende zal zijn om duidelijkheid te krijgen over de gevolgen.

In april en mei 2018 geven we een vervolg aan deze eerste inventarisatie.

Schijf van vijf

Het aantal in- en uitzendingen van personeel naar en vanuit het VK is omvangrijk. De ‘schijf van vijf’ van verantwoord internationaal werk geven ziet er zo uit:

  • 1. migratie: welke visa en verblijfs- of tewerkstellingsvergunningen zijn nodig om legaal in een land te werken?
  • 2. sociale verzekeringen: aan welke sociale verzekeringswetgeving is een werknemer onderworpen en kan deze bij de internationale uitzending worden voortgezet
  • 3. arbeidsrecht/arbeidsvoorwaarden: welk arbeidsrecht en welk pakket arbeidsvoorwaarden zijn van toepassing?
  • 4. aanvullend bedrijfspensioen: kan dit wel of niet worden voortgezet en welke fiscale aspecten spelen hierbij een rol?
  • 5. fiscaal: welke fiscale gevolgen heeft de internationale uitzending, bijvoorbeeld voor de loonbelasting en hypotheekrenteaftrek?

Van belang is in ieder geval dat de Brexit op de HR-agenda staat

Migratie

Wanneer het VK daadwerkelijk uit de EU gaat, dan hebben EU-onderdanen in het VK geen automatisch verblijfsrecht meer op basis van het EU-recht. Net als niet-EU-onderdanen moeten zij dan voldoen aan de lokale immigratievoorwaarden. Het is dus op dat moment nog maar de vraag of de Nederlandse werknemers en hun gezinsleden die zich nu al bevinden in het VK, daar mogen blijven. Niet voor niets vragen veel internationale werknemers nu de Britse nationaliteit aan. Premier May heeft voorgesteld dat EU-burgers die minstens vijf jaar rechtmatig in het VK hebben gewoond, hun verblijfsrecht behouden en dezelfde toegang krijgen tot onderwijs, sociale voorzieningen, pensioenen en gezondheidszorg als de Britten. De EU-leiders hebben dit voorstel lauw ontvangen, omdat het te veel EU-burgers en hun gezinnen uitsluit.
In de spiegelbeeldsituatie worden Britten in de EU straks als derdelanders beschouwd. Zij mogen dan enkel in Nederland werken als zij een verblijfsvergunning als kennismigrant of een verblijfs- en tewerkstellingsvergunning als arbeidsmigrant hebben. Britse werknemers zijn zich hier ook op aan het voorbereiden en vragen een Nederlands paspoort aan.
Afhankelijk van de afspraken in nieuwe verdragen kunnen Nederlandse werkgevers niet meer onbeperkt met eigen Nederlands personeel in het VK werken. Hetzelfde geldt voor Britse werkgevers die met Brits personeel werken in de EU. Dat betekent dat zij visa en werkvergunningen moeten aanvragen en dat beide landen eisen kunnen stellen aan bijvoorbeeld het opleidingsniveau van de migranten of de hoogte van het salaris.

Nederlandse werkgevers kunnen niet meer onbeperkt met eigen Nederlands personeel in het VK werken

Sociale zekerheid

De Europese verordening over de sociale zekerheid is niet langer van toepassing op EU-werknemers in het VK en Britse werknemers in de EU. Het is nog onbekend of en wanneer Nederland en het VK een nieuw bilateraal sociale-zekerheidsverdrag zullen afsluiten of dat het oude verdrag herleeft. Als het bestaande bilaterale verdrag van kracht blijft, wordt de maximale detacheringsduur teruggebracht van maximaal vijf naar drie jaar.
Nederlandse werknemers die tijdelijk gaan werken in het VK, kunnen hun sociale zekerheid niet zonder meer voortzetten. Tenzij zij gebruik kunnen maken van het Nederlands-Britse verdrag, vallen zij straks verplicht onder de Britse sociale-zekerheidswetgeving. Dit compliceert de zaken vooral voor mensen die in beide landen werken of pendelen tussen Nederland en het VK. Voor deze groep werknemers moeten werkgevers een aparte regeling treffen om de Nederlandse sociale zekerheid voort te zetten (een vrijwillige of particuliere verzekering). Dit zal in veel gevallen leiden tot dubbele verzekering en dubbele premiebetaling.

Arbeidsrecht en -voorwaarden

Nederlandse werkgevers kunnen niet langer gebruikmaken van de Europese afspraken over het werken met gedetacheerde werknemers in de EU. Het VK kan dus strengere wetgeving doorvoeren of hogere eisen stellen aan het salaris van de werknemers van Nederlandse werkgevers in het VK. Britse werkgevers op hun beurt kunnen te maken krijgen met alle nationale voorwaarden die de lidstaten stellen aan niet-EU-werkgevers.
De koers van de Britse pond heeft inmiddels het laagste punt bereikt in meer dan dertig jaar. Deze koersval maakt het expatpakket minder waard. Dit kan grote gevolgen hebben voor de levensstandaard voor de expats die vanuit het VK in de EU werken en vice versa. Moeten werkgevers hen hiervoor compenseren? Sommige werkgevers bepalen in hun expatbeleid dat van een nieuwe koers wordt uitgegaan als de koers meer dan 10 procent stijgt of daalt.

 

Fiscaal

De fiscale gevolgen van de Brexit zijn immens. Dat geldt niet alleen voor de geharmoniseerde indirecte belastingen, zoals btw en invoerrechten, maar ook voor de niet-geharmoniseerde directe belastingen zoals vennootschaps-, inkomsten- en loonbelasting. Het Britse fiscale stelsel is nu nog onderworpen aan een groot aantal Europese verordeningen en richtlijnen en de uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Met het vervallen van het recht op vrij verkeer van kapitaal en werknemers ontstaat een volledig nieuw speelveld. De verwachting is dat het VK een geheel nieuw fiscaal stelsel zal ontwerpen.
Voor Britten die in Nederland werken, staat de zogenoemde kwalificerende buitenlandse belastingplicht niet langer open, omdat deze is voorbehouden aan inwoners met een EU-nationaliteit. Dat betekent onder andere dat zij geen gebruik meer kunnen maken van de aftrek van hypotheekrente voor de eigen woning in het buitenland. Ook komen zij niet langer in aanmerking voor bepaalde heffingskortingen en aftrekposten.

Met het vervallen van het recht op vrij verkeer van kapitaal en werknemers ontstaat een volledig nieuw speelveld

Pensioen

De Europese pensioenrichtlijn bepaalt dat een werknemer zich niet verplicht hoeft aan te sluiten bij een pensioenregeling in het werkland als hij in het eigen land al deelneemt aan een aanvullende pensioenregeling. Omdat deze richtlijn straks niet langer van toepassing is, kunnen werkgevers en werknemers te maken krijgen met dubbele deelname en dubbele kosten.
Nu is het bij detacheringen vanuit derde landen zo dat de Nederlandse Belastingdienst een buitenlandse pensioenregeling kan goedkeuren. Als het VK toetreedt tot de EER, kan het ook van deze relatief eenvoudige procedure gebruikmaken. De verwachting is echter dat dit niet gaat gebeuren. Dat kan tot gevolg hebben dat de werkgeversbijdrage aan een Nederlandse pensioenregeling van een in het VK gedetacheerde Nederlander niet langer is vrijgesteld, maar wordt aangemerkt als belast loon.

Stappenplan

Zoals gezegd weten we nog niet of de Brexit hard of zacht zal zijn. Wat kunnen bedrijven die actief zijn in het VK, nu het beste doen? Nu al in actie komen of de overgangstermijn afwachten? Het is in ieder geval van belang dat de Brexit op de HR-agenda staat. Dát de Brexit personele gevolgen zal hebben, is immers genoegzaam duidelijk. Verder is het zaak dat werkgevers goed in beeld hebben hoeveel en welke werknemers vanuit de EU in het VK werken en omgekeerd. Ons advies is ook om deze werknemers te laten weten bij welke functionaris binnen het bedrijf zij terechtkunnen met hun vragen. Tot slot is het raadzaam om bij elke nieuwe én bestaande detachering die loopt tot na 29 maart 2019, een voorbehoud te maken in de detacheringsovereenkomst. Zo regelt u dat de (voorwaarden van de) detachering opnieuw tegen het licht kunnen worden gehouden als de politieke en juridische situatie daartoe aanleiding geeft.

Armand Lahaije werkt bij AWVN als belastingadviseur en adviseur internationale en fiscale zaken

Ruud Blaakman werkt bij AWVN als adviseur internationale en fiscale zaken

 

Geplaatst op 11 december 2017